Deel 7 1938-1948 Opstomen naar het 6 x 11 jarig jubileum
“Zitterd zoo auwd en toch zoo schoon. Altied schpins doe bie mich de kroon. Woo vènj der nog dar raod, dae mert, die puil, die baenj, dae wal? Mie Zitterd geit baovenal! (1925)
Vanaf nu worden uitsluitend de meest relevante en belangrijkste zaken vermeld in de overzichten.
1938
Het comité “propaganda en financiën”, dat verleden jaar was opgericht en zijn bestaansrechte had bewezen, kreeg voor het verenigingsjaar 1937/1938 opnieuw het vertrouwen met als eerste resultaat dat het maskeradeverbod en dientengevolge ook de APV werden aangepast: straatmaskerade op maandag en dinsdag van 13.00 – 24.00 uur. werd aangepast.
Belangrijkste mededeling op de bonte avond van 6 januari 1938: de Mander staken hun afzonderlijke carnavalsactiviteiten en hevelen deze over naar de Marotte. Prins Carnaval 1938 wordt Zef Damoiseaux (Zef II). Vleugeladjudant van de prins was Wil de hofnar (Wil Heuts, de latere Vorst Marot). Nieuw ingestelde orde van de Marotte: de “Gouwe Vleigende Pappegey”. De Marotte aanvaardden een uitnodiging om zitting te nemen in het bestuur van de “Internationale Kommission für den Karnaval” te Berlijn. Wellicht staat daar nu nog een koffer van een van hun!
Viering eerste lustrum Aanhauwtesj geschiedde op 26 december 1937. Bij de receptiegangers ook de Kirchröatsjer Vastelaoves Verain (eerste vermelding in relatie tot Sittard).
Carnavalsmaandag zorgde de buurt Markt middels luidsprekers voor mechanische muziek op dat plein. Als carnavalskrant verschenen in 1938 de Pappegei nummer 57 en De Zittesche Laammaeker nummer 3. In het carnavallistisch stille seizoen van dat jaar waren de Aanhauwtesj begonnen met het verzamelen en bijeenbrengen van “carnavalaria” in een “Zittesch Vastelaoves Muzeum”, gevestigd aan de Overhovenerstraat.
1939
Slecht begin van het seizoen vanwege de breuk (die vrij ernstige gevolgen zou krijgen) tussen de Marotte en de Mander. Het eerste officiële orgaan van de Mander, “D’n Iezere Man” verscheen voor het eerst naast de reeds bestaande carnavalskranten.
Op 25 oktober 1938 trokken de Marotte zich terug uit het carnavalscomité dat voortaan zou bestaan uit vertegenwoordigers van de Aanhauwtesj en Mander en de heren mr. J. Vencken en K. Gulikers. Op 1 februari 1939 werd Dom. v.d. Bergh benoemd tot particulier lid van die vereniging.
Op 10 september 1938 namen de Aanhauwtesj in Utrecht deel aan een folkloristische optocht b.g.v. het 40-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina. Hun succesvol optreden werd beloond met “den derden prijs, een geldbedrag van fl. 250,--“.
Prins Carnaval Karel I (Karel Hendriks), lid van de Mander werd uitgeroepen op 9 februari 1939. Vanwege slechte weersomstandigheden werd de grote optocht verplaatst naar maandag en de kinderoptocht naar dinsdag.
Krantenbericht van 8 augustus 1938 maakt melding van een reorganisatie bij de Mander die tevens de “officiële” plechtigheden tijdens de carnavalsdagen tot een van hun actiepunten maakten, “zeker nu wij ook de prins hebben geleverd”. Een en ander werd hun door de Marotte natuurlijk niet in dank afgenomen.
1940
De opening van het seizoen 1939/1940 geschiedde onder heel wat beroerder omstandigheden dan voorgaande jaren omdat de Tweede Wereldoorlog zich aankondigde. De mobilisatie werd een feit met alle vervelende bijkomende zaken van dien. Zo werd op last van de territoriaal bevelhebber middels “Algemene bekendmaking nr. I” alle vertoon van carnaval in verband met de tijdsomstandigheden verboden. Pappegey en De Zittesche Laammaeker verschenen niet en de Marotte hadden na de mobilisatie alle activiteiten stopgezet. De Aanhauwtesj en de Mander presenteerden een aangepast programma.
1941
In het seizoen 1940/1941 was alleen de Mander nog actief middels een revue op 26 september 1940 (reprise op 3 oktober) en een revue in het kader van de viering van het 2e lustrum op 6 februari (reprise op 13 februari). De receptie voor het 2e lustrum op 23 februari in Hotel de Zwaan.
In vergelijking met andere jaren was het beeld van carnaval 1941 volkomen anders. De verdere ontwikkelingen in de oorlogstoestand nodigden nu niet direct uit tot feesten. Toch voerden de Mander na de carnavalsdagen nog 5 revue’s op.
1942/1943/1944
Carnaval 1942,1943 en 1944 gingen ongemerkt voorbij. Een openlijke viering in het voorjaar van 1945 kon om begrijpelijke redenen eveneens niet doorgaan zolang Noord-Limburg en een deel van Nederland nog niet waren bevrijd. Toch werd er al over carnaval-na-de-oorlog gedacht en gesproken. De inkt van de ondertekening van het capitulatieverdrag was nauwelijks droog toen Limburg zich alweer opmaakte om het carnaval te gaan vieren in een stijl zo bruisend en barok alsof er nimmer een onderbreking was geweest. Op 28 april 1946 herdachten de Mander hun 15-jarig bestaan.
De Aanhauwtesj startten het seizoen op 17 en 18 december 1945 met een “löstige aovend”.
De Marotte installeerden op 21 oktober 1945 Hub. Hermans als Vorst Hoebaer II (sinds het aftreden van Math. Stöcker op 15 december 1936 was de functie van Vorst Marot nimmer aangevuld).
Belangrijkste en meest positieve nieuws uit 1945 is de fusie tussen de drie verenigingen. Een fusie die op de laatste dag van het jaar 1945 werd bereikt omdat burgemeester Coenders slechts één prins en derhalve dus ook één carnavalsvereniging wilde erkennen. Door deze ontwikkeling werd de onlangs benoemde Vorst Hoebaer II min of meer gedwongen tot aftreden (op 31 december 1945) om zo de weg vrij te maken voor de beoogde fusie. En met succes. De “nieuwe” vereniging zou de naam “De Marotte”gaan dragen.
1946
Tot voorzitter Marotte nieuwe stijl werd de neutrale, dus aan geen van de vorige drie verenigingen verbonden, Dominique van de Bergh benoemd die op 1 januari 1946 werd ingehuldigd. Op de Marottezitting van 31 januari werd Gieljam Cals tot Prins Gieljam I uitgeroepen.
Maskerade kwam andermaal in bespreking bij de gemeenteraad. De Marotte pleitte voor maskerade op maandag en dinsdag van 10.00 tot 18.00 uur. Iets waarmee wel een meerderheid van de raad, maar niet burgemeester Coenders accoord ging. Hij stond uitsluitend een maskerade voor gedurende de optocht. Dit voorstel werd met 14 tegen 2 stemmen aangenomen. In overleg met buurten en verenigingen besloten De Marotte dientengevolge het verdere carnavalsprogramma te schrappen. Ook bleef de carnavalspers onder water.
1947
Op 7 november 1946 installatie van de MAROTTE-KAPEL tijdens de openingszitting.
Prins Carnaval werd J. Gijsen (Zef III). Maskerade in dat jaar toegestaan op zondag voor de deelnemers aan de optocht en maandag en dinsdag van 10.00-18.00 uur. Carnavalszondag 16 februari: eerste na-oorlogse carnavalsoptocht. De sinds 1939 gekooide Pappegey vloog weer uit (nr.66).
1948
Aan de feestelijkheden rond het jubileum 6 x 11 ging in november 1947 de deelname van De Marotte aan de eerste presentatie van de Geleense Flaarisse vooraf. Het jubelseizoen werd op 23 november 1947 geopend met Marottebal in alle zalen van de stad. Dit jaar duikt voor het eerst de naam ”Senaat van De Marotte” op. De uitnodigingen voor de jubileumreceptie werden namelijk verzonden door “’t Huldigingscomité van de Senaat van De Marotte”.
Tot jubileumprins wordt Lei Storms (Lei I) uitgeroepen. De maskerade werd verruimd waardoor maskerade op maandag en dinsdag mocht plaatshebben van 10.0-21.00 uur.
‘s Zondags was maskerade uitsluitend toegestaan voor deelnemers aan de optocht.
De periode 6 x 11 was voltooid. Een zeer bewogen tijdperk van samengaan, uiteengroei, verval, oorlog ….en opbloei als nooit tevoren. De drie verenigingen waren hecht aaneen geklonken en begon nu, na enkele jaren al vruchten af te werpen. De toekomst zag er dan ook bijzonder rooskleurig uit.
Lees ook
Deel 6 Van 4 x 11 naar 5 x 11 Deel 8 Na 6 x 11 komt 7 x 11 |
|
|
|