Geschiedenis

Deel 1 1582-1882 Het ontstaan van een carnavalsvereniging

De allereerste vermelding waaruit blijkt dat er in Sittard feest werd gevierd met carnaval is 1582/1583. Een en ander blijkt uit de oudst bewaard gebleven stadsrekening. Deze geeft aan dat op kosten van het stadsbestuur op carnavalsmaandag en -dinsdag stevig was gegeten en gedronken door daartoe bevoorrechte personen met hun ega’s en vrienden en/of vriendinnen. Een ritueel dat zich de daaropvolgende jaren zou blijven herhalen.

Vanaf 1589 beperkte men zich tot viering op dinsdag waarbij de jaarlijkse locatie wel eens wissselde. Zo komen we naast de locatie van het stadhuis o.a. de namen tegen van het café “Im Eyseren Man”, “Im Gulden Kop”, herberg Reinhern Douffen en – zoals b.v in het jaar 1626 – “das Burgemeisters behausung” (de burgemeesterswoning).
1862 en later

Dat er op enig moment een neergang en stagnatie is opgetreden in de carnavalsviering – iets wat niet alleen in Sittard gebeurde – is een historisch vaststaand feit. Helaas ontbreken de juiste gegevens betreffende oorzaken en tijdstippen waardoor e.e.a. in een duidelijker daglicht geplaatst zou kunnen worden. Het jaar 1862 daarentegen verschaft ons wel weer duidelijkheid over de viering van carnaval (het fenomeen is dus eigenlijk nooit helemaal verdwenen). “Mercurius” , het oudste weekblad van Sittard, maakt in dat jaar melding van een “bal masqué et paré” op carnavalsmaandag en –dinsdag. Plaats van handeling: de zalen van het café van weduwe Palmen aan de Molenbeek. De entreeprijs van 24 cents was voor “de man in de straat” echter een onoverkomelijk bezwaar zodat het enkel was voorbehouden voor de welgestelden. Zulks geschiedde ook in 1863 en 1864 met dien verstande dat er in 1864 behalve het bal ook nog een toneeluitvoering was geprogrammeerd door de zogeheten “Molière Comédie”. In 1865 was de naam van het toneelgezelschap gewijzigd in “Sociéteit Molière” en werd in uit drie delen bestaand toneelstuk opgevoerd. De gemaskeerde en gecostumeerde bals, georganiseerd door en bij de weduwe Palmen, bleven eveneens plaatsvinden in de jaren 1865, 1866 en 1867.

Kentering?

In 1867 verscheen er een advertentie in de pers waarin door een gezelschap dat zich voorstelde als “De Hoogesele Oetlachbare Heer oet de Sociéteit Zonder Naam, maar niet zonder Hart” een oproep werd gedaan aan “alle Heeren en Daemen, Kromme en Laeme, Groote en Kleine, Rieke en Gemeine, Magere en Vette, Leleke en Nette, Schwarte en Gäle, Blinje en Schäle, Joenge en Griese, Schanderme en Comiese, Brüers en Teppers, Mehlwurm en Bekkers en aan alle mädjes die op sterk water zitte”. Doel was tijdens de Aanstaonde Gekke daag een carnavaleske rondreis door stad Zittert te organiseren en te collecteren voor de Erm Luu. Door de Erme-President zou vervolgens, middels een officiele kwitantie, inzage worden gegeven over het opgehaalde bedrag. Een belofte waaraan men zich ook zou houden want een week later verscheen een advertentie waarin verantwoording van het opgehaalde geld werd gegeven. Het begin van een georganiseerde carnavalsviering??

Men zou zeggen van wel maar een herhaling van deze activiteiten heeft in de daaropvolgende jaren niet plaatsgevonden. Het waarom is helaas niet bekend.

De koppeling van een charitatief doel aan een manifestatie werd in het jaar 1869 overgenomen door het “Phiharmonisch Gezelschap St. Caecilia”. Dat gezelschap concerteerde op zondag vóór vastenavond in “Hotel du Limbourg” t.b.v. de Sittardse armen. Opbrengst maar liefst 460 francs.

De carnavalsviering zelf beperkte zich echter nog steeds tot de “maskeerde of onmaskeerde” bals bij weduwe Palmen terwijl in de dansgelegenheid van ene Meuter slechts “ongemaskeerden”werden toegelaten. Een situatie die zich de eerstvolgende jaren zou handhaven.

Rond 1875 won het carnaval aan populariteit en kon men advertenties lezen waarin maskers werden aangeprezen in de zaken van G. Stöcker-Clemens en B. Lindemans en werden dominoos verkocht bij B. Herzdahl.

In 1878 vonden op diverse plaatsen in de stad danspartijtjes plaats en voltrok het carnavalsgebeuren voor de gewone man zich meer en meer op straat en in de vele herbergen die men toen kende. Men vierde het goed en op een manier die de Sittardenaar eigen was. Zulks tot ongenoegen van de pers die voor deze manier van vieren (te plat, on-kies, vaker niet geestig dan wel geestig etc.) weinig waardering had en aandrong op een mentaliteitsverandering en meer organisatie. De pers pleitte bij de middenstand om een optocht te organiseren om zo toeschouwers van buitenaf te lokken zodat Sittard ook economisch een extra stimulans zou krijgen. Een oproep die vooralsnog onbeantwoord bleef zodat de carnavalsviering in 1880 nog steeds op dezelfde wijze als de laatste jaren werd beleefd. Met dien verstande dat er toch meer attributen werden aangeprezen zodat er meer gemaskeerden te zien waren en de drukte toenam. De verslaggeving uit die jaren eindigt met de opmerking dat “alles in beste orde afgeloopen is en dat geen enkele het spekkamertje (gevangeniscel) met een bezoek vereerd heeft”. De viering van het carnavalsfeest gebeurde in 1881 op identieke wijze.

Het ontstaan van een organisatie

“De leden der Landbouwersvereniging, Swentibold, de Burgersociéteit en Alleluja, alsmede zij, die wenschen deel te nemen aan den optocht van aanstaanden Vastenavonds Maandag, worden vriendelijk verzocht te vergaderen, morgen (Zondag-avond) ten 7 uure, in de zaal van den Heer Aug. Kamps, ten einde te raadplegen over de uit te voeren voorstellingen”. Zo luidde de tekst van een oproep voor een vergadering in de krant van 17 december 1881 rond het al of niet doorgaan van een optocht. De oproep was ondertekend met: “Bestuur der Carnavals-vereeniging”. De geboorte van een organisatie? Het moet wel want ondanks het feit dat geen nadere gegevens omtrent het verloop van voornoemde bijeenkomst bekend zijn, werden alle verdere activiteiten geannonceerd onder het hoofd van: “CARNAVALS-SOCIETEIT DE MAROTTE TE SITTARD”.

Hoe de bestuurssamenstelling was en wie de voorzittershamer hanteerde is helaas niet bekend. Er is tenminste geen vermelding van gevonden. Verondersteld wordt dat Claudius Kamps reeds in het oprichtingsjaar het presidentschap op zich heeft genomen. De president vormde samen met “de schriever” en “de penningfoekser” het “Comité”of de “Kemissie”die tot taak had de optocht van 1882 voor te bereiden en ten uitvoer te brengen. Bij de bewering dat dit comité werd bijgestaan door “Eine wieze Raod van Elf” moet overigens een groot vraagteken worden geplaatst omdat daartoe geen enkel gegeven is aangetroffen. En het optreden van een “Prins” in dat jaar kan om dezelfde reden evenmin worden bevestigd. Sterker nog, de officiële optocht in 1882 sloot met de “Regelingscommissie in open rijtuig”. Zou er een prins zijn geweest, zou die eer hem immers te beurt zijn gevallen.

Net zoals dat in andere plaatsen gebruikelijk was, zou het carnaval in Sittard in het seizoen 1881/1882 ook een motto hebben: “Noe geis te kapot op de geit”. Ook de optocht zou deze lijfspreuk dragen. Een motto dat om onduidelijke redenen (kritiek van buitenaf?) later werd gewijzigd in: “De parpluu wurt gerich”.

Het vervolg

Nu men elkaar eenmaal had gevonden volgden de vergaderingen elkaar snel op. Na de “tweede algemeine vergadering” gehouden op 2 januari 1882, werden vergaderingen gehouden op 15, 22 en 29 januari en 12 en 19 februari. Maandag 20 februari, carnavalsmaandag was vervolgens de optocht. De vergaderingen, die merendeels op zondagavond werden gehouden, bestonden uit twee delen: een beraadslagingsgedeelte gevolgd door een ontspanningsgedeelte waarin komische voordrachten van leden van de Marotte-sociëteit konden worden beluisterd. De bijeenkomsten van de Marotte vonden bij toerbeurt plaats “bie de Naas Pfennings bie de Schtaase”, “bie Lei Wèvesch”, “bie ’t Kämpske op de Paerdestraot” (Aug. Kamps) en “bie Noppender Paulsen aan de Meulebaek”.

Hoofdpunten tijdens deze besprekeingen waren de optocht 1882 en de financiën. Tijdens de vergadering van 12 februari werd hieraan een belangrijk actiepunt toegevoegd “omdat de commissie zich sjterk in de kop haet gepak sjus wie ze op anger plaatsje doon ein offesjeel vastelaovend-gazet op den daag van den grooten optoch oet te gaeve”. Dit onder het motto: “Burgesch noe moet geer ous helpe”. Er werd een campagne gevoerd die binnen enkele dagen tot succes leidde want binnen een week verscheen het eerste nummer van “De Pappegei”, het dagblad van de Marotte dat “eeder daag verschient behauve de daag dat ’t geine Vastelaoves-Maondaag is”. Dit Marotte-symbool slaat nog ieder jaar zijn vleugels uit.

De definitieve volgorde van de optocht van maandag 20 februari 1882 – de eerste officiële manifestatie van de nieuwe vereniging in het openbaar – werd vastgesteld tijdens de laatste vergadering. Het verslag, dat de kranten van deze “officiële” stoet in Sittard gaven, was erg positief: “Beloofde het programma veel, het moet gezegd worden dat men zijn beloften stipt is nagekomen. De flinke organisatie van den geheelen stoet, zowel als de passende decoratie der verschillenden wagens bleken met veel tact te zijn geschied. Twee muziekkorpsen.… zetten aan het geheel door het spelen van het volksdeuntje “De oûe Tante” niet weinig vrolijkheid bij. Langs den weg werden door collecteurs bij de toeschouwers giften ingezameld. Dat een en ander eene massa nieuwsgierigen uit de omliggenden gemeenten naar Sittard had gelokt, behoeft nauwelijks gezegd. Tijdens den optocht werden aan het publiek gelegenheidskranten aangeboden”.

De collecte voor de armen bracht fl. 101,87 ½ op. Naast de gangbare en te gebruiken munteenheden werden ook andere “kostbaarheden” aangetroffen zoals: “9 oude driefenningstukken, 25 oude Pruisische centen, 3 oude koperen Belgische vijfcentimes-stukken, 2 kreutzermunten, 4 oude silbergroschen, 30 verschillende valse muntstukken, 31 diverse knopen (!), 25 steentjes, 8 notendoppen, 2 kurken etc.!

Deel 2 1882-1893 Moeizaam op weg naar het 1 x 11-jarig jubileum

Na een eerste succesvolle samenwerking van een aantal verenigingen, waaruit in 1881 de Marotte-sociëteit voortkwam en die in 1882 Sittard zijn eerste optocht gaf, waren de verwachtingen voor de toekomst hooggespannen. Niets was echter minder waar!

1882/1883

Het carnavalsseizoen 1882/83 was reeds lang gestart en in andere plaatsen gonsde het al van activiteiten, maar niet in Sittard. Dit werd enkele leden van de gymnastiekvereniging Swentibold – in 1882 medeorganisator – te gortig. Op 20 januari 1883 werd een advertentie geplaatst waarin een oproep werd gedaan om medewerking voor het samenstellen van het nummer “11-9” van de Pappegey dat op carnavalsmaandag 5 februari zou moeten verschijnen. En weer lukte het binnen zeer korte tijd het tweede nummer van de Sittardse carnavalskrant van de persen te krijgen.

“Koutelebouts-club Swentibold” wilde echter meer en probeerde ook een optocht te arrangeren voor het jaar 1883. Er is echter nergens iets te vinden over een optocht in dat jaar.

Door deze tegenslag liet men zich echter niet ontmoedigen en besloot men om in het jaar 1884 weer een optocht te organiseren. Nu was de belangstelling van dien aard, dat het plan kon worden doorgezet. Vreemd is dat tot dusver van een Marotte-sociëteit in geen velden of wegen iets te bekennen valt. Inmiddels was ook het besluit genomen om de “Vastelaovesgazet” weer te laten verschijnen waarvoor medewerking werd gevraagd in bijdragen en advertenties. Ook kondigde men aan dat op maandag 4 februari een huis-aan-huis collecte zou worden gehouden ter financiering van de optocht. Het carnavalsprogramma voor 1884 was dus weer binnen betrekkelijk korte tijd in elkaar gedraaid en zag er als volgt uit: zondag 24 februari toneelvoorstelling, organisatie het Marotte-comité; entreeprijs 48 of 30 cent (twee rangen). Maandag 25 februari optocht, ‘s avonds Marottebal. Het carnavalsfeest 1884 eindigde met het verloten van prijzen onder de oplossers van het “’prijsraadsel”’ in de Pappegey tijdens een vergadering op Paasmaandag. Hierbij werden ook “niet-Marotten” toegelaten.

1884/1885

Dit werd ingezet met een “bestuursvergadering van de Marotte-club” op 28 januari 1885. Wegens “ongunstige tijdsomstandigheden” (economische malaise) vond er in 1885 geen optocht plaats. De uitgavereeks van de Pappegey wilde men echter niet verbreken terwijl ook het carnavalsliedje 1885 in druk zou verschijnen.

Belangrijk gebeuren in 1885 was het voornemen om de sociéteit om te vormen tot een vereniging. Daartoe kregen de Sittardenaren de gelegenheid om “tegen een retributie” van 30 cent bij toetreding en een maandelijkse bijdrage van 15 cent lid te worden van de Marotte-club. Het tot dan toe besloten karakter van de sociéteit werd aldoende doorbroken. Tot uiterlijk 16 februari kon men hiervoor intekenen op een lijst die bij “Kissels oppe Brandj” gedeponeerd was. Hierdoor verzekerde de vereniging zich van “vaste inkomsten” waardoor het volgend jaar “eenen flinken optocht tot stand zou kunnen worden gebracht”.

Op vastenavond 15-17 februari 1885 werd het “11-7jaorig feest” gevierd in “de Marotte-tempel bie Wenand Kissels oppe Brandj”. Dit is de eerste maal dat er sprake is van “een Tempel”. Ook prijkt op het officiële programma voor het eerst het begrip “Comité van XI”. Het programma voor de carnavalsdagen 1885 was als volgt: Zondag om 11.00 uur werd aan de tempel de “Marotte-vaan” uitgestoken.Ook dit is een nieuw ceremonieel element in de viering. De “vaan” in de kleuren “rood-gael-gruin” is heden ten dage nog een van de uiterlijke verschijningstekenen van de Marotte. Vastenavondmaandag “klokschlaag 12 oere groote plechtigheid bie et verschiene van de Pappegei en ‘t Vastelaovesleidje”. Beide werden huis-aan-huis te koop aangeboden. De Pappegei kostte “11 eurtjes of 6 cent” en het liedje “11 hauf eurtjes of 3 cent”. Op dinsdag werd het carnaval uitgeluid met een “Nonnevotte-partie”.

Het affiche van de activiteiten was ondertekend door de leden van “’t Comité van XI” dat bestond uit: Claudius Kamps (president), H. Könings (secretaris), J. Schreij (groot-seremoniemeester), M. Thissen (penningmeester), A. Close, N. Dols, H. van Elssen, J. Brouwers, E. Arnoldts, Chr. Thissen, G. Könings, E. Levenbach en H. Cals, leden.

Het persverslag weet over de feestelijkheden te melden dat die “in de beste orde” zijn verlopen. Van de Pappegey, die binnen de kortste tijd geheel uitverkocht was, verscheen een herdruk op dinsdag. Ook deze was weer snel aan de man gebracht.

In het verdere verloop van dat jaar voltrokken zich op het organisatorische vlak, de sociëteit werkte aan een regelement, niet onbelangrijke activiteiten van de Marotte. De contributie kreeg daarbij veel aandacht. De beslissing over het regelement, waarmee de vereniging haar eerste juridische grondslag verwierf, viel op 11 januari 1886. Het regelement, dat elf (!!) artikelen telde, omschreef naast de doelstelling de rechten en plichten van leden, comité en commissie van elf van de vereniging die bestond uit honoraire en gewone leden waarbij het getal van de gewone leden op maximaal 2500 (exact het aantal mannelijke inwoners dat Sittard op 1 januari 1886 telde!) werd gesteld. Het totaal aantal inwoners bedroeg toen 5188. Het recht van de vereniging was destijds dus nagenoeg uitsluitend aan mannen voorbehouden.

De Marotte hebben deze “discriminatie” waarschijnlijk als onrechtvaardig aangevoeld getuige een tekst in het elfde artikel:

“Wiersch höbbe ver serieus beschlaote ouch Marottinekes toe te laote”

Uit dit zwak voor het schone geslacht heeft zich het alom bekende Sittardse vrouwencarnaval kunnen ontwikkelen dat vooral in de jaren tussen de beide wereloorlogen hoogtij vierde en dat vanaf de vijftiger jaren evolueerde in de practisch in geheel Limburg bekende “Auw wieverbals”. Overigens werd pas in 1900 een dameszitting gehouden.

De contributie bedroeg fl. 1,80 en bij toetreding – na ballotage – was een inschrijfgeld van 50 cent verschuldigd. Ieder lid was verplicht mee te lopen in de optocht en bij elke activiteit moest de “Marottemötsch”worden gedragen. Bij het in gebreke blijven op welk gebied dan ook verloren de leden alle rechten. Naast het eigenlijke doel, het maken van plezier, lag in het regelement ook de hulp aan de armen verankerd. Jaarlijks werd fl. 30,- voor het uitdelen van brood en kolen beschikbaar gesteld.

Voor het eerst werd tijdens de vergadering van 21 februari 1886 de volgens het regelement verplichte “Grosse Probe mit de nuu oetgevoenje Marotte-mötsch” gehouden. In druk verschenen achtereenvolgens het Regelement, de carnavalsliedjes 1882-1886 met als aanhangsel “Sittarsche Vastenavondgedichten” en de Pappegey. Tevens zou voor een kleine optocht worden gezorgd. Het jaar 1886 kreeg als motto:”Baeter get es gaar niks”.

Volgens het persbericht heeft de optocht in dat jaar “in alle opzichten voldaan voor het weinige dat men beloofd had”. De vijfde jaargang van de Pappegei met een oplage van 1000 exemplaren werd tijdens de optocht nagenoeg geheel verkocht. De collecte voor de armen bracht rond de 40 gulden op waarvan 150 broden onder de armen konden worden verdeeld. Het bericht in de krant sluit met: “Het goede doel der Club verdient alle lof”.

De activiteiten van het daaropvolgende seizoen beperkten zich tot één enkele bestuursvergadering op 17 januari 1887. Enige agendapunt: “Rekening en verantwoording”. Zonder dat er ruchtbaarheid aan werd gegeven verschenen de Pappegei, het vastenavondliedje 1887 en werd op carnavalsmaandag het “11-5 jaorig” feest gevierd.

1887/1888

De geringe feestelijkheden in dat jaar vonden plaats onder het motto: “Wat e waer, wat e waer…en”. De Pappegei rolde van de persen en het Marottebal vond plaats in de tempel Kissels. De commissie was inmiddels gereduceerd tot 8 personen. Samen met het comité, dat nog steeds bestond uit de heren Cl. Kamps (president), H. Könings en M. Thissen vormden J. Schreij, Chr. Thissen, E. Arnoldts, G. Könings, E. Levenbach, H. Cals, J. Brouwers en E. Leurs het bestuur van de Marotte.

1888/1889

Dit verenigingsjaar bracht wat meer leven in de brouwerij. Naast de traditionele activiteiten als het verschijnen van de Pappegei, het Marottebal en de bals in andere gelegenheden werd het programma verrijkt met “het extra boetegeweun groot beesteschpeel van paerd en veules, clowns, kouteleboutschlaegesj enz.” tevens trok de “Keizerlike koeniklicke Schtaafkapel van Griesegröbbe”door de stad. Tijdens de rondgang was er collecte voor de armen. De zondagavond werd gevuld met een toneelvoorstelling in samenwerking met scherm- en gymnastiekclub Swentibold. In de raad van Elf vonder er dat jaar enkele mutaties plaats. De plaatsen van E. Arnoldts, G. Könings en H. Cals zijn ingenomen door G. Grein, H. Lemmens en J. Swakhoven.

Carnaval 1890 verdient vanwege bijzondere activiteiten en nieuwigheden een afzonderlijke vermelding onder de kroondata. O.a. was besloten weer een grote optocht te laten trekken Aan optochtdeelnemers werd zelfs geen bijdrage of inschrijfgeld gevraagd. De door de Marotte te laten vervaardigen kostuums konden voor de halve prijs worden overgenomen door de deelnemers. In tegenstelling tot andere jaren zou de Pappegey vóór vastenavond verschijnen. De belangrijkste nieuwigheid was echter de figuur van “Prins Carnaval” die voor het eerst zijn intrede doet in de geschiedenis van de Marotte. Die eer viel te beurt aan Jean Arnoldts die onder de naam Prins Sjang I in een “triomfwagen” de optocht een ander cachet zou geven.

‘s Avonds waren er weer het traditionele Marottebal in de Marottetempel en de openbare bals bij de wed,Mahr (Plakstraat) en C. Paulsen (Paardestraat). Het Marottefeest in de tempel op maandag werd opgeluisterd door de Philharmonie en de harmonie van Linne. Van de Pappegei werden rond 1200 nummers verkocht terwijl de collecte voor de armen ongeveer 80 gulden opbracht.

1891

Bescheiden van opzet. Opening met het zondag-avond toneel door Swentibold in zaal Kissels. Carnavalsmaandag ging rustiger voorbij (maandag uitsluitend Marottebal) “daar door de Marotte-club geen optocht was gearrangeerd en ook vele liefhebbers de carnavalspret in Maastricht wilden bijwonen”. Om de laatste reden verscheen ook de Pappegey pas op dinsdag. Openbare bals waren er in de zalen van wed. Mahr (Plakstraat), C. Paulsen (Paardestraat) en P.N. Martens, genaamd “In de nuuje Kètel”(Putstraat).

1892

In carnavalistisch opzicht ook niet bepaald succesvol. Maandagmiddag uitgifte van van het elfde(!) nummer van de Pappegey. Alleen dit feit al had aanleiding kunnen zijn de viering iets meer reliëf te geven. Ook het bal in de Marottetempel kreeg niets extra’s. Voor dinsdag stond een “poffertjes-partij”op het programma. Kon het nog on-Limburgser? Op maandag en dinsdag waren er bals bij Leinarts-Mahr (Plakstraat) en Martens (Putstraat).

De sfeer verbeterde niet gedurende het verdere verenigingsjaar. En dat terwijl het eerste carnavalistisch jubileum (1×11 jarig bestaan) voor de boeg stond. Spanning alom. Het ongemerkt voorbij laten gaan zou voor veel Sittardenaren en niet te verteren aangelegenheid worden. Gedachtig de spreuk “Marotte Populusque Sittardiensis” zou deze dreiging als een “misdaad tegen het volk” kunnen worden opgevat. Reacties tegen deze slappe houding konden dan ook niet uitblijven.

1893 (Jubeljaar 1×11)

Denk ich aan den auwen tied,
Doe waor gein aafguns, haat of nied.
Van tweedrach waor doe geine kal
Mer noe besjteit dat euveral… (1893)

Voornoemde reacties verschenen in het begin van 1893 toen in andere plaatsen het carnavalsvuur, in tegenstelling tot in Sittard, al ontstoken was o.a. middels een aankondiging dat met carnaval “ten bate van de armen de Lamaeker, nuuj Vastenaoventsgazet” zou verschijnen. Dit zou natuurlijk een geduchte concurrentie voor de Pappegey betekenen. Deze dreiging kon nog worden bedwongen door het Marottecomité. Aan het organiseren van een optocht door de “Steiwiger Klompeclub” in samenwerking met Swentibold kon men echter niet meer het hoofd bieden. Daarnaast verscheen op maandagmorgen 11 minuten over 11 “Vrouw Schnouck”, een geïllustreerde vastenavondskrant, uitgegeven door de in Sittard verschijnende “Katholieke Waarheidsvriend”. De Pappegey daarintegen kon die maandag pas vanaf 3 uur ‘s middags worden gekocht!

De viering onder Marottevlag was zeer beperkt: op zondag optreden van de toneelafdeling van Swentibold in zaal Kissels en maandag het Marottebal. Geen jubileumprins, geen eigen organisatie optocht terwijl men zich voor het bal meer richtte op een elitaire groep dan op de hele gemeenschap. Een en ander kwam duidelijk tot uiting in de toegangsprijs voor het Marottebal: 75 cent voor niet-leden. De openbare dansgelegenheden daarintegen waren geheel gratis of tegen betaling van entree, variërend tussen 15 en 24 cent.

Bijzonderheid: in café Deleuker nabij de Groote Kerk werden tijdens de Vastenavonddagen géén gemaskeerden toegelaten.

In de persverslagen kreeg de carnavalsviering van 1893, met uitzondering van het toneelspelende Swentibold en de optocht van de Steiwiger Klompeclub, geen bijzondere aandacht.

Deel 3 1894-1904 Op naar het 2 x 11 jarig jubileum

1894

Ondanks het feit dat een nieuwe periode ingeschoten werd met 11 schoten uit “de letste door Krupp vervaerdigde kanon” zakte de carnavalsviering in 1894 af tot een dieptepunt. De Pappegey verscheen niet en alleen het Marottebal was overgebleven. Het dragen van stokken en wapens tijdens de carnavalsdagen was door burgemeester Rutten verboden en het verkleed gaan in “geestelijke kleeren”’ werd evenmin getolereerd. Swentibold deelde echter niet in de Marotte-malaise. Zij verzorgde weer de, inmiddels tot een traditie uitgegroeide, jaarlijkse toneelvoorstelling op zondagavond.

1895

Één week vóór het kalenderfeest in 1895 werden de leden van de Marotteclub bijeengeroepen om te vergaderen over het programma. Dit leidde in ieder geval tot het weer uitgeven van de Pappegei en het doorgaan van het Marottebal op maandag, nu te houden bij J. Dols-Könings in de Putstraat. Bestuursmutatie: na 14 jaar president te zijn geweest werd Claudius Kamps in die hoedanigheid opgevolg door Martin Thissen.

In dat jaar bezochten de Marotte samen met de c.v. Momus Maastrichtde Jocussen Venlo, de Flarussen Roermond en Limburgia Rotterdam op 7 september 1895 Amsterdam om aldaar deel te nemen aan een grote Limburgse feestavond. Dit op uitnodiging van de in 1888 opgerichte “Vereeniging Limburgia Amsterdam” bij gelegenheid van de tentoonstelling “Oud-Holland” aldaar.

1896

Op een algemene ledenvergadering werd in zaal Dols-Könings in de Putstraat het programma voor 1896 samengesteld onder het motto: “Schwamm drüber”. De viering bestond uit de organisatie van het Marottebal in de Marottetempel en de uitgifte van nummer 15 van de Pappegey alsmede van het carnavalsliedje. De beoordeling van de kostuums tijdens het bal was helaas afgeschaft waardoor kwaliteit en showelement negatief werden beïnvloed. Dit jaar was er het eerste optreden van de “Sittardsche Toneelvereniging” in Marottetempel “hotel de Zwaan” v.h. “Kissels oppe Brandj”. De kranten meldden vor maandag en dinsdag “grote drukte waarbij het er vrolijk toeging”. Wanklanken zijn niet waargenomen of het zouden de “zoovele dronken persoonen” moeten zijn geweest die Aswoensdag nog door de straten slenterden.

1897

De crisis was ook in 1897 nog niet duidelijk overwonnen met als “resultaat” dat de viering weer niet verder kwam dan één cabaret- en twee toneelvoorstellingen op zondag, de uitgifte van de Pappegey en het Marottebal op maandag. Buiten de Marottetempel kon er maandag en dinsdag worden gedanst bij Leinarts-Mahr, Martens en Quanjel. Voor het Marottebal fungeerde weer een jury met als gevolg dat de costumering weer meer aandacht kreeg.

1898

Start seizoen met een presidentswisseling op 11 januari 1898. Sjang Arnoldts, de eerste en tot dan toe enige Prins carnaval in Sittard, volgde Martin Thissen op als president. Met voortvarendheid en flair en stijl pakte hij de organisatie aan. Nieuw was de officiële receptie van de net aangestelde Vorst Marot in de Marottetempel op maandagmorgen.

Uiteraard verscheen de Pappegey ook weer. Tijdens het bal op maandag ontving een aantal personen de “Orde van de Lamaeker”. Een nieuwe onderscheiding door de vorst ingesteld. De bevoegdheden daartoe waren in het in 1886 aanvaardde regelement neergelegd. Toneeluitvoeringen op zondagavond door de “Sittardsche Toneelvereniging”en Swentibold als gebruikelijk.

1898/1899

Nieuwigheid was dat voor het eerst de datum 11de van de 11de een, overigens bescheiden, rol ging spelen in het Sittardse carnavalsgebeuren. Op die dag werd de eerste “Ridderorde van de Pappegey” toegekend en uitgereikt. Martin Thissen, de in 1897 afgetreden president was de eerste “ridder”. Een ander initiatief was het in december genomen besluit tot het houden van “een officieele Dames- en Heere-zitting” in 1899. Als derde nouveauté verscheen de “Marotte-kappel” aan het carnavalsfront. Deze “opbloei” zette zich voort in 1899, er werden tenminste weer initiatieven ontplooid! Voor de rest verliep de viering zoals gewoonlijk met dien verstande dat in dat jaar een nieuwe traditie werd geboren door maar liefst vijf personen te benoemen tot “Ridder in de orde van de Pappegey”. Dit gebruik, het decoreren van personen die zich voor de vereniging verdienstelijk hebben gemaakt, wordt thans nog steeds in ere gehouden. Het jaar werd afgesloten met de mededeling van de Marotte dat volgend jaar met vastenavond een grote gekostumeerde optocht zou worden gehouden.

1900, de nieuwe eeuw

Meest belangrijk facet was het besluit om naast het Marottebal op 11 februari een feestavond met dames, de z.g. dameszitting te organiseren. Uit deze dameszittingen ontwikkelde zich het vermaarde Sittardse vrouwencarnaval. Carnaval 1900 zette als vanouds in met een optreden van de toneelafdeling van Swentibold dat werd besloten met een daverend bal. De “Sittarsche Toneelvereniging” trad dit jaar niet op vanwege een liquiditeitstoestand. Maandagmiddag werd Sittard verrast met een optocht opgezet door de carnavalssociëteit van Broeksittard. Thema: “Opening tramlijn Broeksittard-Sittard”. De Pappegei verscheen en de Marotte maakten zich op voor het bal in zaal Kissels waarbij “niet gecostumeerde ongehuwden” de toegang zou worden geweigerd.

1901

Het jaar 1901 kan in de analen van het Sittardse carnavalsgebeuren weer eens met grote letters worden bijgeschreven. Het bruiste van activiteiten want op 11 december 1900 besloten de Marotte al om in 1901 een optocht te organiseren. Men vroeg daartoe de medewerking van de verenigingen en vooral van de “bruujesch en herbergeisch” voor een geldelijke ondersteuning. En niet zonder succes. Verschillende instanties zegden financiële steun toe met als resultaat dat niet minder dan een zestiental wagens en groepen aan de optocht zouden deelnemen. Ook zouden de Jocussen uit Venlo en de Flarusen uit Roermond deelnemen. Daarnaast behoorden het houden van zittingen, b.v. in samenwerking met de Philharmonie ook ot de voorbereidingen op het naderende carnaval. Tijdens de zitting op 27 januari werd J. America uitgeroepen tot Prins Carnaval. Hij zou als Zef I het Marotterijk vertegenwoordigen.
De optocht op maandagmiddag overtrof, blijkens de verslaggeving, alle verwachtingen. Vandaag de dag wordt deze optocht zelfs nog als een van de meest geslaagde geroemd!

De Pappegey en het in druk uitgegeven liedje werden nagenoeg uitverkocht. Bestuur en erecommissie van de Marotte werden op carnavalsdinsdag door iemand die onbekend wilde blijven uitgenodigd voor een feestdiner in hotel du Limbourg. Uit de, tijdens dit diner over en weer gesproken woorden, blijkt dat het klimaat rond het carnavalsgebeuren duidelijk aan diepgang heeft gewonnen. De medewerking van verenigingen en buurten wordt als positief ervaren. Op dinsdagmiddag trok nog een optocht waarvoor “de gehaarde boeren van Leyenbroek”de verantwoording op zich namen. Carnaval 1901 bracht veel vreemdelingen naar Sittard en men heeft zich goed geammuseerd in café’s en dansgelegenheden.

1902

Vorst Marot Sjang Arnoldts werd op 12 juni 1901 gekozen tot lid van de tweede kamer der Staten-Generaal iets dat wel eens moeilijkheden (combinatie van twee functies) zou kunnen opleveren. Het verenigingsjaar werd op 22 december 1901 ingezet met een zitting in de Marottetempel m.m.v. de “beruimde Marottekapel”. Er volgde nog een zitting op 2 februari 1902 waarna op carnavalsmaandag het Marottebal werd gehouden. Het bal was zo druk bezocht dat het practisch onmogelijk was om nog te dansen.

1903

De uitgesproken vermoedens over de combinatie-functie door Vorst Marot Sjang Arnoldts bleken niet ongegrond te zijn. Diverse malen werd hij vervangen door het oudste lid van de raad van Elf, Ferd. Derrez die hem later zelfs helemaal verving.

Het seizoen werd ingezet met een zitting op 14 december in zaal Kissels waaraan ook een viertal komieken uit Keulen meewerkten. De tweede zitting op 11 januari 1903 bestond uit een provinciale wedstrijd voor dilettant-komieken (de voorlopers van de huidige buutereedner) waarvan Sittardenaren uitgesloten waren. Vooraf was bepaald dat 11 personen zouden worden toegelaten. Omdat er echter 34 artiesten inschreven moest het lot de deelname bepalen.

Op de derde zitting, op 15 februari, kwamen uitsluitend Sittardse artiesten voor het voetlicht.

Het carnavalsgebeuren dat jaar werd min of meer overschaduwd door de aanwezigheid van veel geuniformeerde mannen i.v.m. een dreigende spoorwegstaking in geheel Nederland. Met als gevolg dat daags vóór carnaval het besluit kwam om café’s en danszalen om middernacht te sluiten. Ook mochten zich na dat uur geen gemaskeerden meer op straat vertonen. Toch werd er carnaval gevierd in Sittard. Zo organiseerde harmonie St. Joseph samen met het Sittards mannenkoor een concours voor “bekroonde komieken”. Het blijspel “de Inspecteur”werd op de planken gebracht door de Sittardsche Toneelvereniging. Beide voorstellingen waren geheel uitverkocht. De 22e Pappegey verscheen alsmede het carnavalsliedje. Maandagavond traditioneel Marottebal (sluiting 01.00 uur!!). Dinsdagmiddag ludieke rondgang door de binnenstad door handboogschutterij Stadbroek. Even hierna werd de waarneming van de functie van vorst Marot door Ferd. Derrez absoluut.

1904

Het programma 1903/1904 werd reeds in het najaar vrijgegeven met als bijzonderheden een Sinterklaasfeest voor de kinderen van de leden in de late namiddag van 29 november en “eine Boere Kirmes veur de groote kenjer” ’s avonds. De opbrengst van deze avond was voor de armen. Op St. Nicolaasdag feest “veur de erm Kenjer” waarvoor 111 pakjes gevuld met peperkoek, kledingstukken, schoolartikelen etc. beschikbaar waren gesteld. Daarnaast schreven de Marotte een prijsvraag uit voor het hoofdartikel in de Pappegey en voor het jubileumliedje. Het jubileumprogramma werd voor het overige gevuld met de gebruikelijke zittingen en het Marottebal.

Deel 4 1905-1915 Van 2 x 11 naar 3 x 11

1905

De viering van het seizoen 1904/1905 startte op 4 december 1904 net zoals het jaar daarvoor. Een Sinterklaasfeest voor de kinderen van de leden in de Marottetempel in de late namiddag gevolgd door een “Boere-kirmes” voor de oudere jeugd in de avonduren. Hierop was weer van alles te beleven en te zien. De verslaggever maakt o.a melding van het feit dat “het voornamelijk de jongedames waren die behendig met het geweer omgingen en de kaarsen met welgemikte schoten in de schietkasten doofden”. Hij vervolgt met: “Enkele Marottinnekes, aangemoedigd door de gemaakte proeven en het behaalde succes, zouden dan ook van plan zijn eerstdaags te vergaderen, teneinde een dames-weerbaarheidscorps te organiseren”. Hier zou wel eens de kiem gelegd kunnen zijn voor de latere erewacht, waarmee de Marottinekes de prins omgeven.

Daags na de “Boere-kirmes”verzorgden de Marotte een St.Nicolaasfeest voor de arme kinderen. Verder beperkte het programma voor de carnavalsdagen 1905 zich tot één zitting op 27 februari en het Marottebal op 4 maart.

1906

Oud-president Martin Thissen overleed op 2 december 1905. Carnaval 1905/1906 verliep vrij rustig. Het programma vermeldde: “Boere-kirmes”op 3 december, Sinterklaasmiddag voor de kinderen van de leden op 4 en voor de arme kinderen op 6 december 1905. Een verkleed bal op 21 januari en de repetitie van het carnavalsliedje op 24 januari 1906. Carnavalszondag toneelspel met zang door de Sittardsche Toneelvereniging in zaal Martens, op maandag “plechtige oetgank mit vaandel van d’n Hoogluchtige Raod van 11” en het “oetvleige van de Pappegey”; ‘s avonds Marottebal “bie Menand Kissels”.

1907

In het voorseizoen 1906/1907 viel geen enkele activiteit te bespeuren. Oorzaak o.a. het bedanken van enkele bestuursleden direct na carnaval vorig seizoen. Algemene ledenvergadering op 12 januari met als enige agendapunt: “Keize van ennige nuu beschtuurslede”. De zitting van 27 januari werd door gebrek aan voorbereidingstijd verzorgd door een gezelschap uit Roermond. Opening op zaterdagavond met de huldiging van Kobus Neilen die de Marotte 25 jaar lang als “deurwaerder” had gediend. Zondagavond toneeluitvoering door de Sittardsche Toneelvereniging in zaal Martens. De officiële plechtigheden werden besloten met het Marottebal in zaal Kissels.

1908

Het verenigingsjaar 1907/1908 kenmerkte zich door meer activiteiten. De in principe geplande optocht ging op het laatste moment helaas niet door.(1) Begonnen werd met een “Groote Boerekirmes” in zaal Kissels. Deze avond gold als liefdadigheidsfeest ter bekostiging van pakjesavond voor de arme kinderen. Het succes was minder dan andere jaren door de concurrentie van “de nieuwe danstent van De Smet (Markt)”. Om meer geld te genereren werd een beroep gedaan op de Sittardsche Toneelvereiniging die op 1 december 1907 in zaal Kissels het blijspel “de Inspecteur”opvoerde. Ook nu viel het bezoek weer tegen. Gelukkig werd het surprisefeest voor de arme kinderen gered door een aantal giften zodat toch nog ruim 180 gulden besteed kon worden. Intussen was op 29 november 1907 de eerste Vorst Marot, Claudius Kamps, overleden.

Na enkele zittingen met eigen artiesten volgden de carnavalsdagen met als programma: zaterdagavond “repetitie vastelaovesleidje”, zondag: “beijn schmeere veur de bal en moel schmeere veur rare kal”; zondagavond blijspel door de Sittardsche Toneelvereniging in zaal Martens; maandagvoormiddag om 11 uur”vlug de beruimde Pappegei de welt in”, ‘s avonds Marottebal. Op “Esschele Gounsdig” volgde dan de “begrafenis van den optoch”.

(1) Een van de redenen was dat het gemeentebestuur plannen had om t.g.v. de verjaardag van koningin Wilhelmina een optocht te organiseren. Daarvoor was al de medewerking van tal van verenigingen gevraagd.

1909

Voor het seizoen 1908/1909 wilde de Marotteclub niet op dezelfde voet doorgaan als het seizoen daarvoor. Het in eerste instantie “mislukken” van het liefdadigheidsfeest lag immers nog vers in het geheugen. Vandaar dat werd besloten om op 30 november 1908 een zogeheten “Brokkenverzameling” (huis-aan-huis- inzameling) te houden. De tijdens die verzameling ontvangen goederen werden op de dag van de uitdeling, 6 december, tentoongesteld in de Marottetempel. Vooraf had St. Nicolaas, vergezeld door twee knechten en het Marottebestuur en begeleid door harmonie St. Jozef, een tocht door de stad gemaakt. De verdere activiteiten dat seizoen bestonden uit het houden van een zitting op 17 januari in zaal Kissels met na afloop dansen op de muziek van de Marottekapel onder leiding van Fritske Colombonenzonenski, het Marottebal tijdens de carnavalsdagen en de uitgave van de Pappegey. In dit jaar namen de Marotte ook deel aan een optocht op 10 mei bij gelegenheid van de Oranjefeesten ronde de geboorte van prinses Juliana.

1910

Voor het liefdadigheidsfeest 1909/1910 werd een nieuwe formule bedacht. Voor het eerst in de geschiedenis wisten de organiserende Marotte alle toendertijd bestaande culturele verenigingen op één avond op het podium te brengen. Deze avond was een groot succes. Sinterklaasdag werd op dezelfde wijze ingevuld als het jaar daarvoor. Bijzonderheid in het programma van dat jaar was het optreden op 23 januari van de Philharmonie in de op 27 augustus 1906 geopende zaal Ober-Bayern waar een humoristisch concert werd gegeven. Voor de rest geen nieuws van het carnavalsfront: de Pappegey ging weer vlug van de hand en het Marottebal evenaarde het succes van voorgaande edities.

1911

Het seizoen 1910/1911 zou zich kenmerken door een verhoging van de activiteiten en door het op 15 oktober 1910 door de gemeenteraad verworpen (6 tegen 5 stemmen) rekest, waarin door de toenmalige deken Canoy een vervroeging van het sluitingsuur op dinsdagavond, van 03.00 uur ‘s nachts naar middernacht, werd gevraagd. De status quo bleef dus gehandhaafd.

Het verenigingsjaar, het dertigste in successie, opende met een liefdadigheidsfeest in de danstent van F. Desmet op de markt. Medewerking aan deze zeer succesvolle avond verleenden de Philharmonie en gymnastiekvereniging Swentibold. De goede Sint kon dus weer op bezoek komen. Na de rondgang door de stad, begeleidt door harmonie St. Jozef en het bestuur van de Marotteclub, vond in hotel De Zwaan (Kissels) de surprise-uitreiking plaats aan 222 arme kinderen. Naast de Sint en Vorst Marot (K. Paulsen) voerde burgemeester Gijzels, voor het eerst bij deze gelegenheid, het woord. Op zondag 15 januari werden in de diverse buurten bijeenkomsten belegd om te komen tot het houden van een optocht. Bij iedere buurtvergadering waren Marotte vertegenwoordigd hetgeen een prima zet bleek te zijn. De bereidheid tot medewerking was zeer groot. In de te vormen regelingscommissie werd van iedere buurt een afgevaardigde benoemd waarbij er van uitgegaan werd dat niet de Marote de stoet organiseerden maar dat het een gezamenlijke Sittardse productie moest worden. Om de optocht financieel mogelijk te maken werd een huis-aan-huis collecte gehouden. Opbrengst, vermeerderd met nog enkele giften, was fl.1500,–. Daarenboven bood F. Desmet, eigenaar van de danstent op de markt, gratis elf grote vrachtwagens aan. Een aanbod waarvan dankbaar gebruik werd gemaakt.

Nikkela Beckers uit Jabeek(!), zoon van het Limburgse Tweede Kamerlid, werd gekozen tot Prins Carnaval onder de naam Nic. I. Hij deed op zondag 29 januari 1911 zijn intrede en nam domicilie in hotel de Limbourg op de Markt. Met muziek en vergezeld door Vorst Marot werd hij in een open gala-rijtuig naar de Marottetempel gebracht waar een drukke receptie plaatsvond.

De prinsenproclamatie werd gesloten met een optreden van H. Peters, J. Pfennings en Thuur Laudy die het carnavalslied van het jaar, gemaakt voor de Steenweg, onder grote bijval introduceerde. Een zitting op 12 februari voltooide de activiteiten om Sittard onder stoom te brengen voor het carnavalsgebeuren 1911. De vergaderingen en voorbereidingen voor de optocht gingen echter onverminderd door met als bijkomend voordeel dat de gemeenteraad had besloten de organisatie van de optocht met fl. 150,– te steunen. Zo bereikte het carnaval 1911 zijn hoogtepunt in de optocht op carnavalsmaandag. Het aantal vreemdelingen dat Sittard die dag bezocht werd geschat op 20.000!!! Aan de stoet namen maar liefst 20 wagens en 25 groepen deel. Vooraf vloog “de beruimde Pappegey mit ‘t offesjeel vastelaovesleidje veur den 30e maol Zitterd in” en hield de prins zijn “blijden intocht te midden van zijn hofstoet en de hem getrouwen Marotten”.

Onder de optocht vond de receptie plaats (!) op het stadhuis waar de prins, in het bijzijn van een aantal raadsleden, werd benoemd tot “Ridder van de Pappegey”. Daarna werd de optochtstoet, inmiddels opgesteld op de markt, geïnspecteerd door de prins.

‘s Avonds groots Marottebal in de Marottetempel en bijgewoond door de prins en zijn prinses (de prins had daartoe zijn zuster mej. C. Beckers uitgekozen) die ook het defilé van de deelnemers aan de costuumwedstrijd afnamen. De bals bij Ober-Bayern, Leinarts-Mahr, B. Pfennings en Martens werden eveneens druk bezocht. Overal heerste ‘s maandags en dinsdags “gepaste vroolijkheid en opgewektheid” en werd Sittard dinsdag nog aangenaam verrast door het daadwerkelijk laten rijden van de tram, een van de meegevoerde voertuigen uit de optocht, tussen station en de binnenstad. Al met al een waardige herdenking van het 30-jarig bestaan ware het niet dat er weer ingezonden brieven in de krant verschenen waarin gewag werd gemaakt van “De ontheiliging van de “Vastentijd” (had te maken met het late sluitingsuur en de dronkenschap op Aswoensdag). De briefschrijver besluit met :”Neen, waarlijk Sittard is op godsdienstig gebied niet vooruit gegaan. Het is treurig, maar wiens schuld???”

1912

Het seizoensprogramma 1911/1912 is een van de magerste geweest in de carnavalshistorie van Sittard. Op het Marottebal en de uitgifte van de Pappegey na werd geen enkele activiteit ontplooid.

1913

Het seizoen 1912/1913 kan worden gezien als een kopie van het voorgaande jaar. Vermeldenswaard is dat het clublokaal van de Marotte in 1913 werd verplaatst van zaal Schrijen in de Putsstraat naar Ober-Bayern in de Voorstad. Veel stof deed een besluit van de gemeenteraad opwaaien: het sluitingsuur van de café’s en balzalen op carnavalsdinsdag werd bepaald op middernacht. De aanhoudende protesten en ingezonden brieven hadden hun uitwerking kennelijk niet gemist.

Naast de 32e jaargang van de Pappegey verscheen in 1913 nog een ander carnavalskrantje, “Papegey No2”, uitgegeven door en onder redactie van “Vires No2” met als voornaamste doel: “In korte trékke ennige van de veurnaamste punte van oos leef Vaderschtad te behanjele”. Onder die voornaamste punten werden schimpscheuten op Marotte en gemeenteraad verstaan.

1914

Het programma 1913/1914 was inmiddels vastgesteld en ging van start met een grandioze zitting waarover alle Sittardsche kranten, die op dat moment in staat van oorlog met elkaar verkeerden, een positief oordeel velden. Zo passerden achtereenvolgens de tentoonstelling met zijn missers en knallers de revue alsmede het enthousiasme bij het bezoek van H.M. de koningin waarbij ook de schaduwzijden niet uit de weg werden gegaan getuige volgende zinsnede:”De Keuningin vergèt os noots niet, zoodèks zie in den todder sjteit”. De actualiteit gaf, zoals steeds, ook veel dankbare onderwerpen. Over de hoofden van politie en politici heen kreeg “Vires No2” ook meer dan eens zijn portie.

Zaterdagavond voor carnaval werd door de hele Marottegemeenschap in Ober-Bayern het carnavalsliedje gerepeteerd. ‘s Zondags werd in dezelfde zaal voor het eerst het Marottebal gehouden. In hotel de Zwaan, de vroegere Marottetempel, werd door het “Sittesch Mannekoor” een vastelaovesconcert met komische voordrachten en specktakel-scènes gegeven waarna een gecostumeerd bal volgde. Maandagmorgen verscheen de Pappegey en ‘s middags was er een “Maskenpromenaad” waarvoor op de Markt werd verzameld. Ook verschenen “Pappegey No2” en “Pappegei No 3” respectievelijk uitgegeven door “Vires No2” en “Vires No 11”. Gedurende alle drie de dagen kon worden gedanst in de diverse daarvoor geschikte lokaliteiten. Verslaggeving uit die tijd maakt melding van een goede en gezellige viering die ook veel mensen van buiten, met name Heerlen werd genoemd, op de been bracht. Enige wanklank was in feite de voortwoedende krantenoorlog waardoor links of rechts wel eens iemand die hierbij betrokken was, werd gekraakt.

1915

De oorlog 1914-1918 was er debet aan dat het carnavalsgebeuren, op een enkele uiting na, in het openbaar geheel stil viel. De commandant van het veldleger verbood iedere vorm van viering of maskerade. Ook de poging van de Marotte om in 1915 het feest te verplaatsen naar halfvasten liep op niets uit. Er verscheen zelfs geen Pappegey. En dit jaar had nog wel de derde jubileum-periode, de viering van 3×11, luisterrijk moeten afsluiten.

Deel 5 1919-1926 Op weg naar het 4 x 11-jarig jubileum

Deel 5 1919-1926 Op weg naar het 4 x 11-jarig jubileum

Saluut Marot en Marottinne
Dat veer ug trök zeen alleney,
Dat streelt oos hértje en oos zinnen,
Geer riddesch van de Pappegey.

Goddank d’n oorlog is gedaon
Veer kriege Carnaval
Oos club die blif altied beschtaon
En de Marottebal …… (1919)

1919

Met de algehele verbodsbepalingen van de militaire commandant hebben de Marotte zich innerlijk nimmer kunnen verenigingen. De poging om in 1915 de viering te verplaatsen naar halfvasten en een van een rouwrand voorziene “neutraliteitsverklaring” in 1916 leveren hiervoor het bewijs. Het Marottebal is echter niet in gevaar gekomen omdat men zich aan de regels hield. De Pappegey werd echter zodanig gekortwiekt dat ze gedurende de oorlogsjaren niet kon verschijnen. Dit alles nam niet weg dat er voor 1918 veel vertier en lawaai op straat wordt vermeld. Gelukkig kwam op 11 november 1918 (11-11) een einde aan deze sombere periode door het tekenen van de wapenstilstand.

De Marotte herademden en de voorbereidingen voor het seizoen 1918/1919 konden in alle vrijheid beginnen. Er werd hard gewerkt aan de revue: “Zitterd wie ’t kriesch en lach” die zaterdagavond vóór carnaval (1 maart) in Ober-Bayern op de planken kwam. Een succesrevue. Zondag offesjeel gecostumeierd Marottebal mit verlaoting van 11 prieze allein veur de Hoerraes”. Opvallend gebeuren in 1919 was ook de uitnodiging voor de Marotte om in Arnhem deel te nemen aan een folkloristische optocht in het kader van het “Vaderlandsch Historisch Volksfeest”. Donderdag 4 september was het zover en trokken de Marotte door de Arnhemse straten onder het motto: “Nederlandj bie Limburg”. Een motto dat was gekozen om politieke redenen. Limburg was immers net als Zeeuws-Vlaanderen direct betrokken bij de eis van België om landvergoeding voor de geleden oorlogsschade. Met hun presentatie (beloond met de 2e prijs, een beker) oogstte de Marotteclub veel succes (o.a. te lezen in de uitgave “Carnavalsboek van Nederland in elf hoofdstukken” van auteur D.J. Van der Ven) die ook de leiding had over het Sittardse gezelschap. Overigens was de heer Van der Ven op 4 september 1919 benoemd tot “Ridder van de Pappegey”.

1920

Het nieuwe seizoen 1919/1920 werd geopend met een bal op kermisdinsdag, 18 november, in Marottetempel Ober-Bayern. Tijdens de voorbereiding op het programma pakten zich echter weer donkere wolken samen boven carnavalsvierend Limburg. Via de Katholieke Actie was aan gemeenteraden een rekest gezonden om op vastenavondsdagen het maskeren op de openbare weg te verbieden en het sluitingsuur op dinsdagavond op 24.00 uur te stellen. In de Sittardse raad waren vóór- en tegenstanders. Een tussenvoorstel om “het” nog eens een jaar aan te zien werd aangenomen met 12 tegen 1. De activiteiten konden dus worden voortgezet. Op zaterdagavond vóór carnaval vond weer de revue plaats onder de titel:”Woo ’t em vrink, pitsch et!”. Het motto van het jaar was duidelijk geënt op de pogingen de viering te besnoeien:”Waat ùnzin, neyigheid hie auch verschient, Oos vastelaovend daodoor neit verdwient”.

Na vijf jaar van gedwongen stilzwijgen “vloog ouch de Papegey weier oet” en door de overweldigende belangstelling voor de revue werd hiervan op zondagnamiddag een reprise gegeven. Zondagavond gecostumeerd en gemaskeerd Marottebal en ter gelegenheid van het elfjarig “Penningfoekserschap” van Marot Math. Stöcker werd op 30 augustus het jaar afgesloten met een “Groot Bal” bij Ober-Bayern.

1921

Het verenigingsjaar 1920/1921 werd geopend met een gecostumeerd liefdadigheidsbal, opbrengst was bestemd voor Sinterklaassurprises voor de arme kinderen. Een activiteit die, door de noodgedwongen onderbrekingen tijdens de oorlog, gelukkig dus weer in ere werd hersteld. Op 3 januari 1921 werd een “Groot gekostemeierd Kabbarèt-Swarree (vruiger nuimde me dat zitting”) gehouden waarvan de opbrengst eveneens bestemd was voor de armen. Zaterdag 5 februari was de première van de revue “Wie alle zoo laeve”, zondag Marottebal bij Ober-Bayern. Het verenigingsjaar werd afgesloten met deelname van de Marotte aan het bloemencorso dat bij gelegenheid van de burgerwachtfeesten op 21 augustus 1921 in Sittard werd gehouden.

1922

Het in ere herstelde gebruik van het uitdelen van surprises aan arme kinderen werd voortgezet. Middels een oproep aan de bevolking werd men overstelpt met goederen en gaven die op zondag 4 december 1921 bezichtigd konden worden waarna de uitdeling door Sinterklaas volgde. Het definitief doorgaan van een optocht, elf jaar geleden voor de laatste keer gehouden, werd tijdens een vergadering van 22 januari 1922 bekrachtigd na ruggespraak met de Sittardse verenigingen. De plannen zouden in het buurtoverleg nader worden uitgewerkt. Tussen de drukte van de organisatie van de optocht door werd in de Marottetempel op 23 januari een “Boerebal en Boerekirmes” georganiseerd terwijl op 12 februari een Marottezitting werd gehouden in zaal Martens. Hier werd Jacques van Kempen (Sjaak I) uitgeroepen tot prins waarmee opnieuw werd bevestigd, dat de functie van prins, zeker de eerste tijd, gekoppeld was aan het houden van een optocht. Op deze zitting koos men ook het motto waaronder het carnaval zich dat jaar zou presenteren: “Al zeen de tieë nog zoo slech, toch hauwte veer de vastelaovend rech” (In 1922 bevond de wereld zich immers in een economische malaise). Ook werd bekend gemaakt dat talrijke Heerlenaren, met een vijftiental groepen, aan de Sittardse optocht wilden deelnemen. Het verdere programma: carnavalszondag Marottebal met intocht van de prins in Ober-Bayern, maandagmiddag optocht die 28 wagens en 30 groepen telde. Vorst Marot Jacq. Paulsen ontving voor zijn vele verdiensten van de Raad van XI een zilveren ketting met daaraan een pappegey uit zilver gedreven. -Deze zilveren ketting die later bekend is geworden als ‘t Sjlaateveugelke, wordt tot op de dag van vandaag gedragen door de stadsprinsen- Na ontbinding van de optocht ontvangst door wethouder Keijzers, namens het gemeentebestuur, van prins en gevolg en vertegenwoordigers van de deelnemende verenigingen op het stadhuis waarna de wethouder zijn staf overdroeg aan de prins. Oud-prins Nikkela Beckers gaf vervolgens de ordetekens van “Commandeur van de Pappegey” door aan zijn opvolger waarna de voorziene ridderorden werden uitgedeeld. Grote verrassing was de uitnodiging voor de Marotte, bij monde van de heer D.J. Van der Ven, om weer deel te nemen aan de Arnhemse folkloristische feesten. Buiten verantwoordelijkheid van de Marotte vonden in de stad de gebruikelijke vieringen plaats. In hotel de Zwaan draaide op maandag van 17.00-19.00 uur de “Danzig Varieté”gevolgd door een gala-bal dat tot 01.00 uur duurde.

De optocht had bewezen dat door eendrachtige samenwerking succes min of meer verzekerd was met als gevolg dat een paar maanden later een centraal comité werd opgericht waaraan deelnamen de Philharmonie, de Marotte, V.V.S, Swentibold en Concordia. (Een soortgelijk samenwerkingsverband bestaat thans nog in Sittard t.b.v. de (optocht)halfeesten en het alternatief schuttersfeest).

1923

De hierboven genoemde samenwerking bleek al snel tot succes te leiden want er werd besloten de optocht tot een jaarlijks terugkerende festiviteit te maken. De eerste, voor het publiek zichtbare stap, was de kroning van een nieuwe prins in de persoon van Maurice Claessens (Mourits I). (Op de foto te zien tijdens zijn intocht) Tijdens de zitting van 28 januari 1923 werd in zaal Martens – en dit is geheel nieuw – door de Marotte trouw beloofd aan de prins. Namens carnavalsvierend Sittard werd door J. Maintz (Sjoe Maens) het volgend voor het eerst uitgesproken: “Veer belaove uch hiebie plechtig, dat veer alleney eur bevaele en proklamaties nao oos bèste krachte zulle oetvuire en beien uch hiebie oos ònger òngerdanigheid aan”. Voor dit optreden bevorderde de prins hem tot “Ridder in de orde van de Pappegey” tijdens een zitting op 4 februari. Als jaarmotto werd gekozen: “Kauf verzaope…pöt gedemp”. De verdere activiteiten: op 10 februari daverende revue in de Marottetempel, 12 februari, carnavalsmaandag, hoogtepunt van de viering: de optocht die bestond uit 15 wagens en 18 groepen. Na afloop zelfde ceremonie als voorgaande jaren; ontvangst door het gemeentebestuur, receptie en inspectie van wagens en groepen op de markt waarna ontbinding van de stoet. Ook op straat en in café’s en dansgelegenheden hetzelfde beeld: grote drukte, uitbundige vrolijkheid en veel, heel veel “laammaekerie”. Als bijzonderheid kan nog worden vermeld dat de Marotte in dat jaar een lans braken voor de eenvormigheid in het gebruik en de schrijfwijze van het Sittards dialect. Alle stukken die van de Marotte uitgingen, waren in uniforme spelling en schrijfwijze gesteld. Dit alles onder het motto:”Schpraek Zittesch, schrief Zittesch, dènk Zittesch, dan blif Zitterd Zitterd!”.

1924

Voordat met de planning voor het seizoen 1923/1924 kon worden gestart, kregen de Marotte het verzoek de regeling van de optocht bij gelegenheid van het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina op 8 september 1923 op zich te nemen. Een verzoek waaraan gevolg werd gegeven.

Het eigen programma was zeer uitgebreid en vermeldde achtereenvolgens: 3 december Sinterklaas avond (kinderen eigen leden) en op 5 december voor de arme kinderen van Sittard. Er waren maar liefst zeven(!) zittingen, een revue (heropvoering ingecalculeerd), een fakkeloptocht, intocht van de prins, Marottebal en de optocht. Tijdens de zitting op 3 februari 1924 werd Alfons Close uitgeroepen tot prins Toet-Ank-Funs I, een naam die verband hield met het wereldnieuws in 1922 van de ontdekking van het graf van Toetanchamon. De onderdanen van de prins legden die avond de eed van trouw af. Tijdens de zitting van 10 februari werd door de voorzitter de “Wèt tot inschtelling van de Orde van de Pappegey” geproclameerd. Een wet die voorzag in hogere en lagere rangorden te weten “’t Grootkruuts, Kommandöör en Ridder”. Door het bewijzen van diensten aan de raad van XI kon men de graad van “Brouwer” in die orde verwerven. Aan alle rangen waren natuurlijk onderscheidelijke eretekens verbonden. Zaterdag 16 februari revue “De geheime van de Waterschlei” met een heropvoering op 18 februari. Beide keren in zaal Ober-Bayern alwaar ook de zaterdag voor carnaval de fakkeloptocht eindigde met aansluitend de laatste zitting. De officiële intocht van de prins vond plaats zondag in de late namiddag met aansluitend de prinselijke receptie voor de bevolking. Zondagavond prinsenbal waarop de heer Van der Ven namens de prins van Oeteldonk (’s Hertogenbosch) de groeten overbracht aan de Sittardse prins. De Marotte reageerden telegrafisch en legden daarmee de eerste band tussen De Oeteldonkse Club en het Marotteriek.

Maandagmiddag optocht met 16 wagens en 25 groepen. Naast de Sittardse muziekkorpsen, harmonie St. Jozef en de Philharmonie, liepen ook de harmonieën van Tuddern, Jabeek, Nieuwstadt, Limbricht alsmede het trommelkorps van Wehr mee in de optocht. Na ontvangst op het raadhuis volgden de receptie en inspectie. De nieuwe Pappegey ging vlug van de hand. Op dinsdag trokken verschillende wagens uit de optocht nogmaals in hun eentje door de straten. ’t Tremke onderhield de verbinding tussen het station en de verschillende straten en een zuidvruchtenhandelaar liet een regen van sinaasappelen over de hoofden van de grijpgrage jeugd neerdalen. Nonnevotte, böl, peperkoekhappen, apenootjes etc. deden overal opgeld. Na een openbare bekendmaking van de financiële resultaten werd het seizoen 1923/1924 gesloten met een “Bloumebal” op kermisdinsdag 24 juni in Ober-Bayern.

1925

Woo me sjpas maak,
laot uch röstig neier,….
Sjtoute luuj,
die kinne gein plezeier.

Onder dit motto openden de Marotte op “Sint Maerteskirmes-daensdig 1924” het seizoen 1924/1925 met een openingsrede van prins Toet-Ank Funs I tijdens een gecostumeerd bal in Ober-Bayern. Opbrengst ten bate van de St. Nicolaasactie voor de arme kinderen. De combinatie vergadering-zitting werd in ere gehouden. Polygoon Haarlem maakte kenbaar onderdelen van het Sittards carnaval (de fakkeloptocht op zaterdagavond en de optocht op maandagmiddag) te willen filmen. Ondanks deze wetenschap was men niet van plan de oorspronkelijke viering aan te passen middels het toevoegen van, eventueel voor Polygoon interessante, niet-autochtone facetten. Het betekende wel dat er wellicht onbewust meer tijd werd besteed aan de te filmen onderdelen. Toch kon het normale programma, op de revue na, geheel worden afgewerkt. Prins Sjeng Pfennings (Sjeng I) arriveerde zaterdagavond 21 februari aan het station en werd door een grote hossende en zingende menigte in optocht naar de Marottetempel gevoerd om daar de laatste zitting bij te wonen. Zondagavond Marottebal en maandag optocht, bekeken door duizenden mensen. Na ontbinding van de stoet op de Markt ontvangst van prins en gevolg op het stadhuis door het gemeentebestuur. Voor het eerst in de historie werd de prins toegesproken door de burgemeester (Gijzels) i.pv. de wethouder. Een gebaar dat overigens een vervolg kreeg in de raadsvergadering van 5 maart 1925. Bij de algemene beschouwingen van de gemeentebegroting werd door ene heer Meulenbergh opmerkingen gemaakt die neigden in de richting van het beperken van een aantal carnavalistische gebruiken en die de in zijn ogen carnavalsuitspattingen aan banden zouden moeten leggen. Iets waar de burgemeester, zij het met enige reserves, niet onwelwillend tegenover stond. Met deze sombere vooruitzichten kreeg het motto van dat jaar wel een heel bijzondere betekenis.

In augustus 1925 maakten de Marotte zich verdienstelijk bij gelegenheid van de viering van de St. Rosafeesten (250-jarig bestaan van de kapel op de Kollenberg). Zij kregen een taak bij het formeren en aankleden van de optocht alsmede bij het openluchtspel op de Markt.

Het overlijden op 16 september van Vorst Marot Jacques Paulsen (Keub I), die de Marotte maar liefst 42 jaar – waarvan meer dan 20 jaar als voorzitter – heeft gediend is een vrij zware slag. Temeer omdat het 4 x 11 jubileum, waarvan men iets groots wilde maken, voor de deur stond. En omdat de tijd drong werd reeds in de vergadering van 30 september Col Hermans met algemene stemmen gekozen tot zijn opvolger. Tijdens diezelfde bijeenkomst werden de beleidslijnen voor de jubileumviering al uitgezet en werd een aanvraag ingediend om de statuten koninklijk goedgekeurd te krijgen. Via een KB van 13 oktober 1925 werden kregen de Marotte rechtspersoonlijkheid zodat men juridisch in ieder geval 29 jaar en elf maanden vooruit kon. Op 30 september dienden de Marotte een schriftelijk verzoek in bij de gemeenteraad ter verkrijging van een garantiesubsidie tot een bedrag van maximaal Fl. 1000,– als mogelijke dekking van eventuele tekorten bij het organiseren van de feestelijkheden. De aanvraag kwam tijdens de gemeenteraadsvergadering, de raadsleden waren verdeeld in meerdere kampen, op 6 november in behandeling. Via verschillende voorstellen, (stel het bedrag maximaal op 250,– 750,– en zelfs 1250,– ) werd uiteindelijk de suggestie van B&W om een garantie te verlenen tot een bedrag van fl. 500,– met 11 tegen 4 stemmen overgenomen. Raadslid Meulenbergh opperde om aan deze garantie de voorwaarde te verbinden de straatmaskerade te beperken “tot aan het avonduur”. Dit ging de raad echter te ver.

1926

Het jubileumseizoen 4×11 werd op 11 november 1925 ingezet met een openbare zitting in Ober-Bayern waar Col Hermans onder de benaming Col I plechtig werd geïnstalleerd als de nieuwe Vorst Marot. Met het uitspreken van “de troonrae” opende hij vervolgens het jubeljaar. De heer A. Close sr. – het enige nog in leven zijnde lid van de oprichters – werd geridderd. Het jubellied “Hoog ’t rood, gael, gruin” klonk tot ver over de Sittardse grenzen en de vertoning van de film die Polygoon het vorig seizoen van het Sittards carnaval had gemaakt, verraste de vele aanwezigen. Op die dag werden als nieuwigheid de statuten van de “Vereinigde Riddesch van de Pappegey” , onder presidentschap van Joe Maintz, goedgekeurd door Vorst Marot en de Raad van Elf. Zondagmorgen 15 november grote jubileumreceptie met aansluitend drie feestavonden, zondag-, maandag- en dinsdagavond met gecostumeerd bal. De belangstelling hiervoor laat zich licht raden. Iets dat ook geldt voor de zitting van 29 november, de Sinterklaasavond voor de kinderen van de leden (6 december) en het kerstfeest voor de arme kinderen.

Omdat de voorheen gememoreerde garantiesubsidie was gehalveerd ontstond er budgettair een probleem. Andere financiële wegen moesten worden bewandeld en bij de gemeente werd op 25 december 1925 een vergunning aangevraagd voor het houden van een loterij (5.500 loten à 11 cent). Het lange uitblijven van een beslissing hierover had tot gevolg dat de Marotte de aanvraag introkken, de tijd was te kort geworden om alle loten aan de man te kunnen brengen). Ondanks alle tegenslagen moest het programma toch doorgang vinden. Zo werden op 10 en 17 januari druk bezochte zittingen gehouden en werden, ter gelegenheid van het jubileum, de liedjes vanaf de oprichting in een boekje bijeengebracht. De verkoop hiervan liep voortreffelijk.

Ondanks dat bleef het echter “kwakkelen” in het jubeljaar. Niet te beïnvloeden tegenslagen kwamen om de hoek kijken waardoor de viering ongewild in een ander daglicht kwam te staan. In de nieuwjaarsnacht van 1926 zorgden overstromingen van de Maas voor een kleine ramp toen grote delen van Limburg, Brabant en Gelderland blank kwamen te staan. Uit de bevolking kwamen via de pers reacties los die probeerden in te spelen op het gemoed van carnavalsverenigingen en –vierders. Iets dat weerklank vond bij het provinciaal bestuur dat de gemeenten waar nog carnaval werd gevierd verzocht maatregelen uit te vaardigen waardoor de viering in ieder geval dit jaar achterwege zou blijven.

Door het college van B&W van Sittard werd de suggestie van Gedeputeerde Staten overgenomen zodat deze op de agenda voor de raad werd geplaatst. Een zienswijze waarmee niet alleen de Marotte en burgerij maar vooral de zakenlui het niet eens waren. Om het jubileum te redden deden de Marotte, nadat men de stemming binnen de gemeenteraad inmiddels had gepeild, de raad het voorstel “het daarheen te willen leiden dat gedurende de Vastenavondsdagen IN DIT JAAR het maskeeren op straten, pleinen en wegen verboden zal wezen na ZEVEN UUR ’s avonds, terwijl verder alles in deze gemeente blijft zoals dat gebruikelijk was”. Deze affaire deed nogal wat stof opwaaien en tijdens de debatten in de raad werden dientengevolge veel goede, maar ook kwade dingen over carnaval gezegd.

 De ondervonden spanning ontlaadde zich tijdens de Marottezitting van 31 januari waar Vorst Marot o.a. refereerde aan een gesprek met de burgemeester waarin deze verklaarde in het geheel niet ant-carnavalistisch gezind te zijn en hij geen voorstel zou doen de politieverordening te wijzigen overeenkomstig het besluit van de raad aangaande de maskerade. De zitting kende een spontaan hoogtepunt toen bekend werd gemaakt dat een elf-tal dames waardig was bevonden om het ridderschap te dragen. Via een afzonderlijke bekendmaking herinnerden de Marotte aan het verbod om na 19.00 uur buitenshuis ”ei maske, mòmmegezich of gardinke veur ’t gezich te höbbe”. De eigenlijke jubileumviering werd zaterdag 13 februari ingezet met een fakkeloptocht waarmee men de prins vanaf het station naar de tempel begeleidde waarna het startsein voor de laatste zitting werd gegeven. Het hoogtepunt van het jubileum vormde de optocht, in de pers viel zelfs het woord “model-carnavalsoptocht”, met als gevolg dat Sittard weer eens te klein was om alle bezoekers te bevatten. Zowel burgemeester Gijzels alsook wethouder Rutten spraken woorden van lof en waardering. In katholieke kringen dacht men echter anders over de carnavalsviering en wijdden de aartsbisschop en de bisschoppen van Nederland opnieuw een herderlijk schrijven aan de “lichtzinnige geest en genotzucht” in deze dagen. De reactie in de Pappegey, waarvan nummer 45 verscheen, was kort: “Toen ze niet meer konden, noemden zij het zonden”. De burger ging evenwel aan deze problematiek voorbij en vermaakte zich ondanks het verbod van de maskerade. Men zat immers in een jubeljaar en dat moest herdacht worden.

Deel 6 1926-1937 Van 4 x 11 naar 5 x 11

“Hauwt toch drin dat löstig Zittesch laeve!
Hauwt toch hoog dat richtig Zittesch schtraeve.
Hauwt toch vas dae Carnaval”

Aan Zitterd eige baovenal. (1925/1926)

De nu aanstaande periode van elf jaar begon niet florissant en hoopgevend doordat er zowel bij de burgerlijke als de kerkelijke overheid bedenkingen tegen het carnaval waren gerezen. Vanzelsprekend waren de vierders in hart en nieren het hiermee niet eens. De ontstane strijd zou uiteindelijk in deze periode, waarin ook nog het gouden jubilem viel, naar een climax groeien.

1927

Opening verenigingsjaar 1926/1927 op 11 november met een tot in alle hoeken bezette zitting in Ober-Bayern waar op de bekende, onvervalste manier de Sittardse toestanden op de korrel werden genomen. H. Hermans en M. Jaspers werden geïnstalleerd als leden van de Raad van XI. De combinatie vergadering/zitting van 18 november stond in het teken van het overleg met buurten en verenigingen over de optocht. Op 3 december werden de St. Nicolaassurprises voor de arme kinderen “tentoongesteld” waarna de uitdeling door Sint en Piet volgde. De zittingen, zeven in totaal werden gehouden in zaal Martens. Op de zitting van 23 januari maakten de Marotte bekend dat Henri Hermans als prins Harie I de scepter zou zwaaien en dat Vorst Marot Col I van de “Kölner Carnavalsverein” een onderscheiding zou ontvangen wat ook gebeurde bij het bezoek van de Marotte aan Keulen, op 30 januari 1927 waar hij toen de versierselen, behorend bij de orde ”Der Rheinländer Dank”, daadwerkelijk ontving.

De installatie van prins Harie I geschiedde op 2 februari. Het dankwoord van de prins ging vergezeld van een “Nonnevotte-tractatie”. J. Pfennings, de ex-prins van de afgelopen twee jaren, werd in de Raad van XI opgenomen. Zondag 6 februari “Dameszitting” in zaal Martens welke door meer dan 300 Sittardsche dames werd bezocht. De zitting van 13 februari droeg een “Ridderlijk cachet”. Er werden namelijk niet minder dan 18 personen in de Sittardse carnavalsadelstand verheven: 9 officieren en 9 ridders. Swentibold verleende medewerking evenals op de laatste zitting vóór de feestdagen (20 februari).

Programma carnavalsdagen 1927: zaterdag 26 februari fakkeloptocht gevolgd door de slotzitting in Ober-Bayern. Inmiddels was ook de Pappegey verschenen, deze keer in gezelschap van “De Sittardsche Klappende Ekster” een nieuwe carnavalskrant. Zondagavond traditioneel Marottebal en maandag optocht met na afloop ontvangst op het gemeentehuis. In de avonduren en ook dinsdags bal in diverse zalen.

1928

Seizoen 1927/1928 begon met een teleurstelling. Wegens verbouwing van Ober-Bayern konden de openingszitting op 11 november alsmede het gecostumeerd bal op kermisdinsdag geen doorgang vinden. Wel was op 4 december weer de St. Nicolaastafel voor de arme kinderen gedekt. Heropening Ober-Bayern op 10 december 1927 waardoor de uitgestelde openingszitting werd gehouden op nieuwjaarsdag 1928. Op de zitting van 8 januari werd bekendgemaakt dat voor de optocht inmiddels financiële steun was ontvangen van de “Vereeniging De Kollenberg” en een viertal grootbedrijven. Iets dergelijks deed zich voor op de zitting van 22 januari (er werd door verschillende instanties fl.300,– toegezegd) zodat de optocht definitief kon doorgaan. Op 5 februari werd Math. Jaspers als prins Math I geïnstalleerd. De zitting sloot met de vertoning van de Sittardse carnavalsfilm 1927. De voorlaatste zitting op 12 februari werd dit jaar voorafgegaan door een “kènjerzitting”. Het carnavalsfeest 1928 werd niet ingeluid met een fakkeloptocht maar met een grandioos geslaagd festijn in Ober-Bayern op 18 februari. Daardoor was de intocht van de prins verschoven naar de zondag. De optocht op maandag: “evenals andere jaren was deze hoerae-optocht de meest pakkende carnavalsattractie; het bonte kijk- en hoorspel, vol luim en paljas-hekelingen; Sittards levende lach- en spotprent door woord gebaar en beeld; het ideaal van Prins carnaval en de lust van diens onderdanen” was een hoogtepunt. Na de optocht gemeentelijke ontvangst op het stadhuis, de receptie van de prins en de inspectie van de optocht.

1929

Opening seizoen 1928/1929 middels een openingszitting in de Marottetempel op 17 november o.l.v. waarnemend Vorst Marot Zef Dullens. Op 5 december ontvingen 250 arme kinderen hun Sinterklaasurprise waarna ter voorbereiding diverse zittingen volgden in Ober-Bayern en in zaal Martens. Het overleg met buurten en verenigingen leidde op 21 januari tot de oprichting van de buurt “Rijksweg”. Zittingen werden gehouden op 21 januari en 27 januari. Op de zitting van 3 februari trad voor het eerst Club Wo-Van op. Tevens vond op deze zitting de installatie van de nieuwe prins Baer I (Hub Cals)plaats. De slotzitting vond plaats op 9 februari. Zondagnamiddag officiële intocht van de prins en ‘s avonds Marottebal. Door de extreme kou, in de nacht van zondag op maandag vroor het 20 graden, werd de optocht verplaatst naar dinsdag. Toch lieten veel deelnemers en toeschouwerd verstek gaan. Na de optocht, waarvan de route flink was ingekort, ontvangst op het stadhuis. De verdere feestviering ondervond duidelijk last van de koude. Alleen de meest verstokte vierders trof men op straat aan. De rest dook het café in of bleef thuis om daar het nieuw verschenen nummer van de Pappegey te lezen. Als doeje voor het bloeden boden de Marotte op de dinsdagavond van St. Rosakermis “oos Zittesche kènjer eine bloumepolonaes” aan.

1930

Openingszitting seizoen 1929/1930 op 16 november. De arme kinderen werden ook dit jaar niet vergeten: “Door deze schoone geste bewijst de Marotteclub voor de zooveelste maal, dat ze behalve de woorden pret en jolijt, in gulden letteren ook weldadigheid in de breede banen van hun clubvaandel hebben geschreven”.

De gecombineerde vergaderingen/zittingen regen zich ook dit jaar weer aaneen terwijl de “spreekton” zich in een stijgende bezettingsfrequentie kon verheugen. Zitting op 26 januari en op 3 februari, na jaren van absentie, weer een “Cabaret-soirée met boerenbruiloft”. Op 9 februari werd oud-Sittardenaar Pierre Martens in het kader van de “buitenlandse betrekkingen” geínstalleerd tot consul van het Marotteriek in Heerlen. Tot Prins carnaval werd uitgeroepen Hubert Hermans (Baer II) die zijn installatie beleefde op 17 februari. Daartoe werd hij in een versierde wagen ”voortgetrokken door Marottinnekes(!)” naar de Marottetempel gevoerd waar hij in de zaal escorte kreeg van de Raad van XI en de traditionele Bielemännekes. De spreekbeurten werden ditmaal niet in de “schpraekstoul” gehouden maar in de “buut” , een begrip dat zich tot in onze dagen heeft weten te handhaven. Slotzitting op 1 maart in de Marottetempel. Pappegey nummer 49 was inmiddels ook verschenen.

Carnavalszondag “Joyeuse Entrée” van Prins Carnaval waarna ‘s avonds prinsenbal. Maandagmiddag was weer het hoogtepunt van het sittards carnaval: de optocht waarna de traditie-geworden receptie op het stadhuis. Tijdens de carnavalsdagen heerste in de stad, café’s en balzalen weer dezelfde gezellige drukte als vanouds.

1931

Opening seizoen 1930/1931 pas op 4 januari 1931. Oorzaak was de deelname van de Marotte aan de Eerste Sittardse Middenstands Tentoonstelling (ESMITO). In het kader van die tentoonstelling had op 14 september 1930 een optocht door Sittard getrokken. Tijdens die zitting werd al vooruitgeblikt naar het gouden jubileum van Swentibold en het 40-jarig bestaansfeest van de Vereeniging De Kollenberg. De zittingen van 12 januari en 19 januari waren werkvergaderingen. Aan de zitting van 25 januari werkte Oud-Swentibold mee. Op 26 januari vond in de Marottetempel een gecostumeerd “Kabaret-Swarree”plaats. Swentibold kreeg op 8 februari door de Marotte een “eere-avond’aangeboden waarop als hoofdattractie ”50-jaar-Swentibold-activiteiten-op-carnavalsgebied” in dia werd vertoond. Na de plechtige installatie van de nieuwe prins Nol I (A. Wijnhoven) werd op zaterdag voor carnaval (14 februari) het voorbereidend seizoen gesloten met een slotzitting o.a. opgeluisterd door een 5-persoons groep acrobaten van Oud-Swentibold die veel bijval kreeg. Tijdens diezelfde zitting werd gewag gemaakt van een nieuwe dreiging van anti-carnavalisten die Sittard boven het hoofd hing. Sittard werd in die tijd namelijk overspoeld met anti-carnaval pampletten o.a. verspreid door “de Nartionale Christen-Geheelonthouders-Vereeniging, den Limburgschen Mariabond en het Limburgsch Kruisverbond”. De “weg-met”-beweging , die in Sittard aanhangerskende, stak weer de kop op.

Dit weerhield de prins toch niet om zondag 15 februari zijn “Blijde Incomste” en prinsenbal te houden en werd er alle drie de dagen lustig op los gefeest. De optocht op maandag werd helaas negatief beínvloed door het slechte weer. Na ontbinding vlaggenparade op de markt en receptie op het stadhuis. Tijdens de aldaar gehouden speeches kwam het 50-jarig bestaan van de Marotte al voorzichtig ter sprake. Naast aflevering 50 van de Pappegey verscheen ook een pamflet onder de veelzeggende titel “De polletikke weschwieverie van de Zittesche theetantes onger ‘t motto Schtömmerie en Moelerie”. Een pamflet met een vooruitziende blik zo zou blijken.

1932

Zonder enig vermoeden werd gestart met de voorbereidingen voor het jubileum en ging men op zoek naar extra financiële middelen waaraan het college van B&W in eerste instantie zeker aan meewerkten. Er werd toestemming verkregen om een loterij te houden en de pers liet zich evenmin onbetuigd om het jubileum “aan te prijzen”. De reeks van feestelijkheden werd op 29 juni 1931 geopend met “Ei Venesiejaans aovesfees” in de tuinen van restaurant “De Schteine Schloes”. Inmiddels hadden de Marotte het gemeentebestuur een garantiesubsidie van fl. 1000,– gevraagd voor het organiseren van een optocht. Tijdens de raadsvergadering van 6 augustus werd dit met 8 tegen 5 stemmen aangenomen hetgeen niet zonder slag op stoot was geschied. Na veel vijven en zessen trokken de Marotte daarom hun verzoek “wegens de zorgelijke tijdsomstandigheden”op 23 november weer in. Toch gingen de voorbereidingen verder. Op 24/9 vergaderden de Oud-Marotte, op 15/10 buurten en verenigingen en werd

L. Schmeitz tot nieuw lid van de Marotteclub geïnstalleerd. Openingszitting van ”’t gouwe jaor” op 11 november met deelname van de oud-prinsen. Op 15 november vond een drukbezochte receptie plaats. Een deputatie van de Kölner Karnavalsverein was met autopech gestrand en arriveerde pas in de namiddag. Na de jubileumreceptie trad Col Hermans terug als Vorst Marot.

De zittingenreeks, geleid door waarnemend voorzitter Harry Hermans startte op 11 januari 1932. Het verzet tegen carnaval, dat zich verleden jaar reeds aankondigde, kreeg, mede door de economische malaise, een vastere greep op de bestuursbevoegde instanties. De meest uiteenlopende argumenten werden daarbij aangedragen. En zoals altijd… op actie volgt reactie. Dagelijks las men in de kranten ingezonden stukken van vóór- en tegenstanders.

Precair werd de situatie toen verschillende instanties van de geestelijkheid overheid een verzoek richtte aan de gemeenteraad “om te besluiten dat het niet meer geoorloofd zal zijn zich gemaskerd of onherkenbaar gemaakt in het openbaar te vertoonen, te beginnen met Carnaval 1932”. De verzoekschriften moesten in een openbare zitting behandeld en afgedaan worden. De behandeling vond plaats op 18 januari 1932. In de tussentijd hadden de bond van caféhouders, Marotte, diverse winkeliers en de vereniging van hotel- en koffiehuishouders niet stil gezeten. Zij hadden een tegenverzoek gedaan waarin zij een lans braken voor behoud van carnaval in zijn oude glorie. De Kerkklok daarentegen zag carnaval liever van de feestkalender verdwijnen. En hiermee lag de olie op het vuur. Het besluit van de raad, o.l.v. burgemeester Coenders, viel negatief uit voor carnavalsminnend Sittard. Een besluit dat als wijziging in de algemene politieverordening werd opgenomen. De grote verontwaardiging bij het publiek sloeg om in een rel. Tot diep in de nacht bleef het onrustig in de stad en moesten maatregelen worden genomen om have en goed te beschermen van de raadsleden die voor afschaffing hadden gestemd. De rellen zetten zich voort op dinsdagavond waarbij vuurwerkbommen en carbidbussen werden gebruikt. Arrestaties van al te opdringerige jeugdigen volgden waarna de ordebewaarders door een verontwaardigde menigte met stenen werden bekogeld. Er werden zelfs charges met sabel en gummiknuppel uitgevoerd. Het gevolg was dat de burgemeester van Sittard op 20 januari een verbod tot samenscholing uitvaardigde. Ook dreigde hij tot sluiting van café’s en het verbod van vergaderingen. Via officiële aanplakking en perspublicaties werden de burgers hiervan in kennis gesteld. Deze drastische maatregelen misten hun uitwerking niet. Het politionele ingrijpen in combinatie met de uitgevaardigde verordening had het verzet gebroken zodat het samenscholingsverbod per 30 januari weer werd opgeheven.

Hoe moest het nu verder? Uiteindelijk bestonden de Marotte toch 50 jaar!

Voorgesteld werd om in ieder geval de optocht te redden. Woensdagavond vergaderden de Marotte in een tot de nok bezette zaal Luxor. Buurten en verenigingen zegden hun medewerking toe. Toch moesten de Marotte tijdens de zitting op 31 januari meedelen dat de optocht niet doorging. De slotzitting van de Marotteclub werd op 6 februari gehouden in Ober-Bayern.

Toch zou er dat jaar een optocht trekken. Iets dat de Marotte en Sittard veel deugd moet hebben gedaan. Het was een initiatief van de buurt Steenweg die een “Optochtcomite 1932” hadden ingesteld. Aan deze optocht werd deelgenomen door de buurten Limbrichterstraat, Steenweg, Markt-Paardestraat, Baanjt, P.P.P. en Rijksweg Noord, de verenigingen Oud- en Nieuw Swentibold, Wo-Van, V.V.S., Philharmonie. Harmonie St. Jozef, harmonie Limbricht. De trommelkorpsen van Stadbroek, Ophoven/Sanderbout en Wehr en de particulieren Jos Willems en Dom v.d.Bergh.

Vanzelfsprekend was er geen ontvangst van de prins op het stadhuis, er was immers geen prins benoemd voor 1932. In voorkomende gevallen deed Nol I, de prins van het afgelopen jaar, als zodanig dienst. Het geheel had een ordelijk verloop en er deden zich geen ongeregeldheden voor. Het verbod van maskeren werd stipt opgevolg waardoor de “laamaekerie” helaas niet bedreven kon worden. De Pappegey verscheen zonder vertraging.

Er deed zich echter één geval voor dat niet werd getolereerd door de politie en de personen in kwestie (Sjeer Schmeits, Dom. v.d. Bergh en Willem Roncken) verbaliseerden en meevoerden omdat zij een ”straatvertoning” opvoerden. Tijdens de zitting voor het kantongerecht op 8 april 1932 achtte de rechter het ten laste gelegde wel bewezen en strafbaar doch legde hij geen boete op vanwege “den volkshumor die in het geval steekt en die ook gewaardeerd moet worden”. Hiermee kon de rel rond het maskeradeverbod worden afgesloten ware het niet dat een groep “echte Laamaekesj” zich niet voetstoots bij de genomen raadsbeslissing wilden neerleggen. Zij richtten een nieuwe carnavalsvereniging op met de veelzeggende naam “De Aanhauwtesj”. Een gezelschap waarvan Toon Hermans al snel lid werd. De Aanhauwtesj organiseerde een handtekeningenactie voor opheffing van het maskeradeverbod met als gevolg dat meer dan 2.000 personen van 21 jaar en ouder hun handtekening plaatsten onder de petitie.

1933

Tijdens de eerste Marottevergadering stond als voornaamste punt op de agenda ”het terugverkrijgen van het Carnaval”. Een verzoek dat, na ruggespraak met buurten en verenigingen, op 14 november 1932 werd verzonden aan de gemeenteraad. Soortgelijke rekesten werden verzonden door de vereniging van hotel- en caféhouders, het optochtcomité (vanf 1932 de Aanhauwtesj), Club Wo-Van, de bakkersbond en zanggezelschap Concordia.

Het aantal ingezonden adhaesiebetuigingen waarop 2.699 handtekeningen waren geplaatst nam inmiddels 41 lijsten in beslag. Zodoende werd de maskerade-affaire op 27 december 1932 opnieuw in de raad gebracht waarbij na veel debatteren drie voorstellen op tafel kwamen: a) de viering blijft zoals voor 1932, b) maskeren op straat tot 21.00 uur en op gesloten bals tot 24.00 uur, c) maskeren toe laten op straat vban 13.00-21.00 uur en in café’s van 13.00-24.00 uur, alles op maandag en dinsdag. Voorstel c werd tenslotte aangenomen zodat de maskerade op maandag en dinsdag, zij het gedeeltelijk, terug kwam in de straten van Sittard. Van de kerkelijke overheid, die de zaak in januari aanhanging maakte, taal nog teken.

Opgelucht hervatten de Marotte de activiteiten op 9 januari met een zitting in Ober-Bayern. De eerste zitting werd geopend door Math. Stöcker, die inmidels de functie van Vorst Marot had overgenomen, gevolgd door een zitting op 15 januari. Op de vergadering van 23 januari met buurten en verenigingen werd besloten, en dat was geheel nieuw, dat vanaf 1933 reclamewagens, mits carnavalistisch van aard, in de optocht werden toegelaten. Een andere bekendmaking was dat het prinsschap van Prins Nol I gecontinueerd werd. De slotzitting, voorafgegaan door een zitting op13 februari, vond weer plaats op zaterdag vóór carnaval in de Marottetempel. Carnavalszondag 26 februari intocht van Prins carnaval waarna het prinsenbal de eerste van de drie dolle dagen besloot. Tijdens de optocht op maandag presenteerde de buurt “Riekswaeg Zuid” zich voor het eerst afzonderlijk (voorheen altijd samen met “Riekswaeg Noord”). Na het defilé op de Markt volgde de ontvangst op het stadhuis. De Pappegey was voor de 52e maal present.

1934

Merkwaardiger wijs vlotten de voorbereidingen voor het seizoen 1933/1934 in het geheel niet. Reden voor de Aanhauwtesj “oppe trom te gaon hauwe”. Het carnavalsgebeuren in Sittard werd van nu af aan door twee schouders gedragen. Zij belegden op 7 januari 1934 een bijeenkomst met het karakter van een zitting. Voor 29 januari stond bij Ober-Bayern een “löstigen aovend” gepland waaraan maar liefst 800 personen deelnamen. Een programma dat, wegens het overweldigend succes, op 9 februari moest worden herhaald. De opbrengst van die avond ging naar het burgerlijk armbestuur. De optocht op maandagmiddag kwam organisatorisch ook voor rekening van de Aanhauwtesj.

De Marotte, die duidelijk in een dip verkeerden, openden op 14 januari het seizoen in het tegenover het station gelegen nieuwe onderkomen, hotel Modern. Op 22 januari volgde het “Cabaret-soirée” en op 28 januari nog een zitting. De voor 1 februari geplande revue heeft blijkbaar geen doorgang gevonden. Zaterdag vóór carnaval volgde de slotzitting en gedurende de carnavalsdagen “feestelijkheden”, waarvan geen nadere omschrijving, in hotel Modern. In dit jaar verscheen zelfs de Pappegey niet.

1935

Het verenigingsjaar 1934/1935 van de Marotte startte op 5 december met een inzameling (inmiddels voor de 40ste keer!) van geld en goederen t.b.v. St. Nicolaassurprises voor de arme kinderen. Opbrengst ruim fl.400,-. Kort daarop, 15 december 1934 overleed Ferd. Derrez, waarnemend Vorst Marot in 1903. Het “Cabaret-soirée” was op 11 februari en eengecombineerde vergadering/zitting zes dagen later. Tijdens de volgende zitting, op 24 februari werd door leden van de Raad van XI en door aanwezigen uit de zaal veelvuldig gebruik gemaakt van de “spreekton”. Rond carnaval verscheen het 54ste nummer van de Pappegey.

Voor het overige lag het initiatief bij de Aanhauwtesj die zich voor het eerst “Carnavalsvereniging”noemden. Zij oependen op 1 september 1934 het seizoen met een vergadering waarop een conceptprogramma werd gepresenteerd. De eerste “vroolijke avond” ging op 19 november in première en werd door meer dan 600 belangstellenden bijgewoond. Daags erna werd dit programma herhaald met een derde opvoering op 9 december. De tweede vrolijke avond (20 december) had een gelijke strekking. Ook nu vulden eigen leden het programma met een aantal kluchten. Het door de Aanhauwtesj op 28 december gerichtte verzoek aan de gemeenteraad om de publieke maskerade op straat ‘s maandags en dinsdags te verlengen van 21.00 tot 24.00 uur, werd door de raad met 9 tegen 6 stemmen verworpen.

De Sittardse revue “Mer moud hauwte” werd door de Aanhauwtesj op 23 en 24 februari opgevoerd waarna, alweer wegens enorm succes, op 25 februari en 26 februari heropvoeringen werden gegeven. De pauzes werden opgevuld door Teun Hermans die vooral met zijn “Wereldreis” succes oogstte. Intussen vond overleg plaats met buurten en verenigingen over de optocht die carnavalsmaandag, 4 maart, weer door Sittards straten trok.De organisatie was in handen van de Aanhauwtesj. De ontbinding had, zoals altijd, plaats op de Markt.

1936

Het Marotteprogramma voor 1935/1936 was nagenoeg identiek aan dat van voorgaande jaren. De rondgang voor surprises voor de arme kinderen leverde een zodanige hoeveelheid geld en goederen op dat St. Nicolaas meer dan honderd pakjes kon uitdelen. Duidelijk merkbaar keerde het vertrouwen in de Marotte langzaam terug hetgeen zij uitdroegen met het motto “Krisis zal vergaon, Vastelaovend blif beschtaon”. Iets dat ook werd bevestigd door het aanvullen van de Raad van Elf met twee jonge krachten. In de pers verschenen ingezonden stukken die aandrongen op het samengaan van de twee in Sittard werkende carnavalsverenigingen. Men wilde terug naar de tijden van vroeger. De Marotte kwamen hierdoor weer meer in de belangstelling en veel briefschrijvers probeerden een samengaan te forceren. Er was echter nog niet voldoende basis en er waren natuurlijk twee partijen die hierover dienden te beslissen. De Marotte beperkten zich daarom tot het externe gebeuren zoals een “cabaret-soirée’op 19 januari, enkele zittingen en de Marottebals op zaterdag vóór en op de drie carnavalsdagen in hotel Modern. Ook verscheen nummer 55 van de Pappegey. Tevens verscheen het eerste nummer van”De Zittesche Laamaeker”dat aan de Aanhauwtesj werd toegeschreven doch waarvan deze zich volkomen distantieerden.

Op de kalender van de Aanhauwtesj prijkten, naast de maandelijkse vergaderingen over organisatie en optocht, weer de “löstige aovende” op 29 augustus 1935, 25 november en 6 januari 1936. Tijdens de zitting van 5 februari werd zelfs een prins uitgeroepen in de persoon van J.Schmeitz die als prins Sjeng II zou gaan fungeren. Zijn installatie, op 16 februari, werd bijgewoond door de Marotte. Zondagmiddag 23 februari intocht van de prins en werd hij door zijn buurt (Engelenkampstraat) aan de Aanhauwtesj overgedragen waarna hij vergezeld door muziek en verenigingen naar de tempel Ober-Bayern vertrok.

De organisatie van de optocht stuitte aanvankelijk op gebrek aan medewerking van buurten en verenigingen, iets dat later gelukkig ten goede is gekeerd. Toch was het jammer dat de organisatie voor haar moeite en werk alleen maar schulden overhield. De gehouden collecte tijdens de optocht was immers uitsluitend bestemd voor de armen van Sittard.

Prins Sjeng II vertrok 2 september naar Indië waar hij in het onderwijs werkzaam was. Hij kreeg van de Aanhauwtesj een daverend afscheid op 28 februari. Na de gebruikelijke redevoeringen vertolkten de Aanhauwtesj “Wie Zitterd met het vertrek van z’ne Prins mitlaef!”. De zaal was volkomen uitverkocht.

1937

Jaar van het 5×11 van de Marotte; officiële herdenkingsdag: 8 november in hotel Modern waar de grote zaal herschapen was in een troonzaal Boven den zetel van den Vorst was het wapenschild aangebracht: de Pappegey met de wijze wapenspreuk “Dao zeen meer gekke es me meint!”. Op deze avond werd aan een aantal personen uit Sittard en van buiten Sittard een nieuwe orde “Jubelorde van de Pappegey” uitgereikt. Tijdens een van de vele speeches stelde Marot H. Hermans dat “’t herboren worden van en oprichten van nieuwe Carnavalsvereenigingen zal moeten leiden tot een Bond van Carnavalsvereenigingen in Limburg om des te beter het Carnaval hoog te houden”.

Met hetzelfde doel, doch uitsluitend op plaatselijk niveau, kwam in Sittard een “Carnavalscomité 1936/1937 van de grond niet om carnaval en/of optocht te organiseren maar om propaganda te maken en financieel te steunen. Daartoe kon de plaatselijke middenstand onderscheidingsplakkaten met de tekst “Veer sjteune de Vastelaovend 1937” kopen tegen betaling van fl. 1,50.

Sittard, 4 december 1936, oprichting “Federatie van Carnavalsverenigingen in Limburg” om carnaval ook buiten Limburg te promoten.

Van 14 tot 17 januari neemt een delegatie van de Marotte, als enige vereniging uit Nederland uitgenodigd, in München deel aan een Internationaal Congres over Carnaval: “Um 20.30 Uhr trifft die siebenköpfige Abordnung der berühmten Höllandischen Karnavalsgesellschaft “de Marotte” aus Zitterd ein und wird festlich empfangen”.

Vorst Marot Math. Stöcker legde op 15 september 1936 op 75-jarige leeftijd zijn functie neer. Men besloot op de volgende jaarvergadering zijn opvolger te kiezen hetgeen er echter nimmer van is gekomen. Waarnemend Vorst: H. Hermans.

Jubelfeesten van de Marotte startten op 7 januari 1937 met als Jubileumprins Pierre Feron (Pierrre I). De prinsegarde, een nieuw element in de viering, bestond uit 9 jonge dames (foto). Voor het eerst trok de optocht door Sittard op carnavalszondag (7 februari 1937). Vanaf dit moment opende de stoet met de “kènjer die den optoch in de waeg loupe”.

Tengevolge van het houden van de optocht op zondag werden op maandag voor Sittard nieuwe perspectieven geopend. Zodra het masker gevoerd mocht worden (13.00 uur) stroomden de hoerae’s van alle kanten toe compleet met varkensblazen, leverworsten en peperkoeken omringd door grote scharen verklede kinderen die vervolgens zingend door de stad trokken. Later hielden de Philharmonie en het trommelkorps Stadbroek een rondgang door de stad. Ongevraagd, dus ongeorganiseerd sloten zich daar de drommen hossende kinderen en de hoerae’s bij aan en zie aan de carnavalsstam was spontaan een nieuwe loot ontsprongen: de kinderoptocht. Ook dit jaar wedijverden de Pappegey (nr.56) en De Zittessche Laamaeker (nr.2) om de gunst van het publiek.

Het programma van de Aanhauwtesj liep parallel met dat van de Marotte waarbij men elkaar niet beconcurreerde. Iets dat overigens ook nooit aan de orde was geweest, integendeel. Dit jaar was die samenwerking zelfs bijzonder goed te noemen.

Resumé:

Maken we de eindbalans op van de vijfde jubileumperiode zien we dat het een roerig tijdperk is geweest. Hoogtepunten en dieptepunten, verdediging van (carnavals)principes, zelfs door middel van een opstand. Van futloze gelatenheid via “aanhauwte” tot herrijzing. Een periode die tot een van de meest essentiële in de geschiedenis van de Marotte en het carnaval in Sittard mag worden gerekend. Bij het afsluiten van die periode constateren we een verregaande samenwerking tussen Marotte, Aanhauwtesch en Mander, buurten en verenigingen, de optocht op zondag, een prinsengarde, een spontane aanzet voor een kinderoptocht, een commissie propaganda en finananciën voor het Sittardse carnaval en een aanzet voor een Federatie van carnavalsverenigingen in Limburg.

Deel 7 1938-1948 Opstomen naar het 6 x 11 jarig jubileum

“Zitterd zoo auwd en toch zoo schoon.
Altied schpins doe bie mich de kroon.
Woo vènj der nog dar raod, dae mert,
die puil, die baenj, dae wal?
Mie Zitterd geit baovenal! (1925)

Vanaf nu worden uitsluitend de meest relevante en belangrijkste zaken vermeld in de overzichten.

1938

Het comité “propaganda en financiën”, dat verleden jaar was opgericht en zijn bestaansrechte had bewezen, kreeg voor het verenigingsjaar 1937/1938 opnieuw het vertrouwen met als eerste resultaat dat het maskeradeverbod en dientengevolge ook de APV werden aangepast: straatmaskerade op maandag en dinsdag van 13.00 – 24.00 uur. werd aangepast.

Belangrijkste mededeling op de bonte avond van 6 januari 1938: de Mander staken hun afzonderlijke carnavalsactiviteiten en hevelen deze over naar de Marotte. Prins Carnaval 1938 wordt Zef Damoiseaux (Zef II). Vleugeladjudant van de prins was Wil de hofnar (Wil Heuts, de latere Vorst Marot). Nieuw ingestelde orde van de Marotte: de “Gouwe Vleigende Pappegey”. De Marotte aanvaardden een uitnodiging om zitting te nemen in het bestuur van de “Internationale Kommission für den Karnaval” te Berlijn. Wellicht staat daar nu nog een koffer van een van hun!

Viering eerste lustrum Aanhauwtesj geschiedde op 26 december 1937. Bij de receptiegangers ook de Kirchröatsjer Vastelaoves Verain (eerste vermelding in relatie tot Sittard).

Carnavalsmaandag zorgde de buurt Markt middels luidsprekers voor mechanische muziek op dat plein. Als carnavalskrant verschenen in 1938 de Pappegei nummer 57 en De Zittesche Laammaeker nummer 3. In het carnavallistisch stille seizoen van dat jaar waren de Aanhauwtesj begonnen met het verzamelen en bijeenbrengen van “carnavalaria” in een “Zittesch Vastelaoves Muzeum”, gevestigd aan de Overhovenerstraat.

1939

Slecht begin van het seizoen vanwege de breuk (die vrij ernstige gevolgen zou krijgen) tussen de Marotte en de Mander. Het eerste officiële orgaan van de Mander, “D’n Iezere Man” verscheen voor het eerst naast de reeds bestaande carnavalskranten.

Op 25 oktober 1938 trokken de Marotte zich terug uit het carnavalscomité dat voortaan zou bestaan uit vertegenwoordigers van de Aanhauwtesj en Mander en de heren mr. J. Vencken en K. Gulikers. Op 1 februari 1939 werd Dom. v.d. Bergh benoemd tot particulier lid van die vereniging.

Op 10 september 1938 namen de Aanhauwtesj in Utrecht deel aan een folkloristische optocht b.g.v. het 40-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina. Hun succesvol optreden werd beloond met “den derden prijs, een geldbedrag van fl. 250,–“.

Prins Carnaval Karel I (Karel Hendriks), lid van de Mander werd uitgeroepen op 9 februari 1939. Vanwege slechte weersomstandigheden werd de grote optocht verplaatst naar maandag en de kinderoptocht naar dinsdag.

Krantenbericht van 8 augustus 1938 maakt melding van een reorganisatie bij de Mander die tevens de “officiële” plechtigheden tijdens de carnavalsdagen tot een van hun actiepunten maakten, “zeker nu wij ook de prins hebben geleverd”. Een en ander werd hun door de Marotte natuurlijk niet in dank afgenomen.

1940

De opening van het seizoen 1939/1940 geschiedde onder heel wat beroerder omstandigheden dan voorgaande jaren omdat de Tweede Wereldoorlog zich aankondigde. De mobilisatie werd een feit met alle vervelende bijkomende zaken van dien. Zo werd op last van de territoriaal bevelhebber middels “Algemene bekendmaking nr. I” alle vertoon van carnaval in verband met de tijdsomstandigheden verboden. Pappegey en De Zittesche Laammaeker verschenen niet en de Marotte hadden na de mobilisatie alle activiteiten stopgezet. De Aanhauwtesj en de Mander presenteerden een aangepast programma.

1941

In het seizoen 1940/1941 was alleen de Mander nog actief middels een revue op 26 september 1940 (reprise op 3 oktober) en een revue in het kader van de viering van het 2e lustrum op 6 februari (reprise op 13 februari). De receptie voor het 2e lustrum op 23 februari in Hotel de Zwaan.

In vergelijking met andere jaren was het beeld van carnaval 1941 volkomen anders. De verdere ontwikkelingen in de oorlogstoestand nodigden nu niet direct uit tot feesten. Toch voerden de Mander na de carnavalsdagen nog 5 revue’s op.

1942/1943/1944

Carnaval 1942,1943 en 1944 gingen ongemerkt voorbij. Een openlijke viering in het voorjaar van 1945 kon om begrijpelijke redenen eveneens niet doorgaan zolang Noord-Limburg en een deel van Nederland nog niet waren bevrijd. Toch werd er al over carnaval-na-de-oorlog gedacht en gesproken. De inkt van de ondertekening van het capitulatieverdrag was nauwelijks droog toen Limburg zich alweer opmaakte om het carnaval te gaan vieren in een stijl zo bruisend en barok alsof er nimmer een onderbreking was geweest. Op 28 april 1946 herdachten de Mander hun 15-jarig bestaan.

De Aanhauwtesj startten het seizoen op 17 en 18 december 1945 met een “löstige aovend”.

De Marotte installeerden op 21 oktober 1945 Hub. Hermans als Vorst Hoebaer II (sinds het aftreden van Math. Stöcker op 15 december 1936 was de functie van Vorst Marot nimmer aangevuld).

Belangrijkste en meest positieve nieuws uit 1945 is de fusie tussen de drie verenigingen. Een fusie die op de laatste dag van het jaar 1945 werd bereikt omdat burgemeester Coenders slechts één prins en derhalve dus ook één carnavalsvereniging wilde erkennen. Door deze ontwikkeling werd de onlangs benoemde Vorst Hoebaer II min of meer gedwongen tot aftreden (op 31 december 1945) om zo de weg vrij te maken voor de beoogde fusie. En met succes. De “nieuwe” vereniging zou de naam “De Marotte”gaan dragen.

1946

Tot voorzitter Marotte nieuwe stijl werd de neutrale, dus aan geen van de vorige drie verenigingen verbonden, Dominique van de Bergh benoemd die op 1 januari 1946 werd ingehuldigd. Op de Marottezitting van 31 januari werd Gieljam Cals tot Prins Gieljam I uitgeroepen.

Maskerade kwam andermaal in bespreking bij de gemeenteraad. De Marotte pleitte voor maskerade op maandag en dinsdag van 10.00 tot 18.00 uur. Iets waarmee wel een meerderheid van de raad, maar niet burgemeester Coenders accoord ging. Hij stond uitsluitend een maskerade voor gedurende de optocht. Dit voorstel werd met 14 tegen 2 stemmen aangenomen. In overleg met buurten en verenigingen besloten De Marotte dientengevolge het verdere carnavalsprogramma te schrappen. Ook bleef de carnavalspers onder water.

1947

Op 7 november 1946 installatie van de MAROTTE-KAPEL tijdens de openingszitting.

Prins Carnaval werd J. Gijsen (Zef III). Maskerade in dat jaar toegestaan op zondag voor de deelnemers aan de optocht en maandag en dinsdag van 10.00-18.00 uur. Carnavalszondag 16 februari: eerste na-oorlogse carnavalsoptocht. De sinds 1939 gekooide Pappegey vloog weer uit (nr.66).

1948

Aan de feestelijkheden rond het jubileum 6 x 11 ging in november 1947 de deelname van De Marotte aan de eerste presentatie van de Geleense Flaarisse vooraf. Het jubelseizoen werd op 23 november 1947 geopend met Marottebal in alle zalen van de stad. Dit jaar duikt voor het eerst de naam ”Senaat van De Marotte” op. De uitnodigingen voor de jubileumreceptie werden namelijk verzonden door “’t Huldigingscomité van de Senaat van De Marotte”.

Tot jubileumprins wordt Lei Storms (Lei I) uitgeroepen. De maskerade werd verruimd waardoor maskerade op maandag en dinsdag mocht plaatshebben van 10.0-21.00 uur.

‘s Zondags was maskerade uitsluitend toegestaan voor deelnemers aan de optocht.

De periode 6 x 11 was voltooid. Een zeer bewogen tijdperk van samengaan, uiteengroei, verval, oorlog ….en opbloei als nooit tevoren. De drie verenigingen waren hecht aaneen geklonken en begon nu, na enkele jaren al vruchten af te werpen. De toekomst zag er dan ook bijzonder rooskleurig uit.

Deel 8 1949-1959 Na 6 x 11 komt 7 x 11

“Den dröpkesbrour Van-zaat-aldaag
Hauw lès ei ferm sjtök in de kraag,
Hae hauw ei vleigske in ‘t oug
Wie de Polis ‘m zoug;
“Och Heere” , zag ‘r “laot mich gaon,
Dat haet mich eine Marot gedaon,
Dae haet mich duchtig getrakteierd,
Noe laot mich òng’scheneierd” (1886)

1949

Seizoensopening 18 november 1948. Vanaf 23 januari 1949 om de 14 dagen zitting op wisselende locaties (zaal Martens, Ober-Bayern en De Zwaan). De tweede en vierde zitting werd afgesloten met een Marottebal in alle zalen. Op 29 januari bezoek aan de Winkbuüle te Heerlen. In het Forumtheater op 8 februari première van de revue: “Lach dich krank, dan bèste gezondj” met de volgende dag een herhaling. Dit was de laatste revue waarmee een dertig-jarige traditie ten einde ging. Prins Carnaval werd Sjuul Paques (Sjuul I). Maskeraderegels van vóór de oorlog. ‘s Zondags werd de Prins met een groots opgezet “Hoeraedefilé” ingehaald waarna receptie op het stadhuis.

1950

Met ingang van het seizoen 1949/1950 trad voor De Marotte een tijdperk aan van ongekende bloei. Onder aanvoering van waarnemend Vorst Marot Wil Heuts woonden De Marotte op 12 november 1949 een groots opgezette openingszitting bij van de Grosz Köllner Karnavalsgesellschaft. Oude vriemdschapsbanden werden opnieuw bevestigd en stevig aangehaald. De Grosze Köllner, onder aanvoering van hun befaamde president Albrecht Bodde, zouden een belangrijke rol gaan spelen in het Sittardse carnaval.

De nieuwe Vorst Marot werd Wil Heuts. Met hem verwierf de vereniging zich een voorzitter als zij nimmer had gekend. Een “laammaeker” in hart en nieren, boordevol werklust en ideeën, die het stralend middelpunt werd op de Marottezittingen en de ziel van de Sittardse vastenavond. Installatie op 24 november 1949. De eerste daad van de nieuwe vorst Wil I was de officiële bevestiging van de Marottekapel o.l.v. Giel Laumen, die voortaan een zelfstandige eenheid vormde. Zittingen, die vanaf nu werden geprogrammeerd op door-de-wwekse-dagen, hadden zo’n succes dat zij vaak daags erna moesten worden herhaald. En dan nog moest men mensen teleurstellen! Rinus van Berkum werd op 1 februari uitgeroepen tot Prins Rinus I. Installatie op 9 en 10 februari en 12 februari intocht. Carnavalszondag 19 februari optocht waarvan de KRO, AVRO en wereldzender PCJ radioverslagen gaven en Polygoon filmopnamen maakte.

1951

Om de grote kosten, verbonden aan de vastenavondorganisatie, te kunnen opbrengen werden de entreeprijzen voor het seizoen 1950/1951 vastgesteld op 75 cent. Op de openingsbijeenkomst op 22 november 1950 werd F. ten Dijck “De Man” eervol ontslagen als bieleman en op “groot Marottepensioen” gesteld. Tot opvolger werd Chris Wehrens geïnstalleerd. Prins Rinus I was op 30 december te gast op een carnavalszitting bij de KRO te Hilversum. Dit jaar werd ook een kinderzitting gehouden (14 januari 1951). Als eerste optreden in het buitenland verzorgden de Grosze Köllner een Marottezitting in het Forum. Op 17 januari werd Sjaak Brouwers geïnstalleerd als Prins Sjaak II. Intocht volgens de nieuwe traditie op zondag vóór carnaval (28 januari). Tijdens de slotzitting op dinsdag bezoek van de Maastrichtse Tempeleers.

1952

op 11 en 12 november waren De Marotte weer te gast bij de Grosz Köllner. De zittingen werden voortaan gehouden in een tent (plaats voor 900 personen) naast Hotel De Prins. Zo hoefde men de zittingen niet meer te herhalen. Vanwege een forse belastingaanslag, fl. 600,– omzetbelasting, trok een 45-koppig Marottegezelschap bestaande uit Vorst Marot, Prins Carnaval, Wieze Raod, Prinsengarde, Bielemen en Marottekapel op 4 december naar Amsterdam om aldaar een hoorzitting bij te wonen waarin uitspraak over deze aanslag werd gedaan. Algehele ontheffing zat er niet in maar het resultaat mocht er zijn: fl. 24,37 resteerde nog. Na afloop was er van 17.00 tot 19.00 uur een zitting gepland bij lunchroom Heck op het Rembrandtplein. Een feest dat volledig slaagde en aardig uitliep. Tijdens de zitting van 9 januari werd “sans rancune” nog eens nagekaart over de aanslag en ontving een drie-tal hoge belastingambtenaren uit handen van Vorst Wil I de jaarlijkse Marotteorde.

Van 12 tot 14 januari met 28 Duiste carnavalsverenigingen te gast in Heidelberg om het 25-jarig jubileum te vieren van de plaatselijke vereniging. Maandag 21 en dinsdag 22 januari Keulse avond verzorgd door de Grosz Köllner. Dinsdagmorgen ontvangst op het stadhuis door burgemeester Coenders. Loe Schmeits werd uitgeroepen tot Prins Loe I, geïnstalleerd en ingehaald. Carnavalsdinsdag directe radioreportage vanuit de Marottetempel, verzorgd door de AVRO.

1953

Aan de vooravond van het seizoen 1952/1953 besloten De Marotte hun tempel wederom te vestigen in Hotel De Zwaan en de zittingen tweemaal te houden. Een jaar dat een onbetwistbaar hoogtepunt zou worden in de historie van De Marotte. In het najaar van 1952 waren er namelijk in 16 Limburgse gemeenten anjeravonden georganiseerd waarop plaatselijke amateurs voor het voetlicht traden. De besten werden afgevaardigd naar de slotavond in de schouwburg te Maastricht en wie daar met de zegepalm ging strijken verwierf zich het voorrecht te mogen optreden voor de koninklijke familie op paleis Soestdijk. Voor Sittard was afgevaardigd de Marottekapel die vervolgens op de eerste plaats beslag legde met het nummer “Dichter und Bauer”.

Seizoensopening met een zitting op 11 november 1952. Tijdens de zitting op 8 januari, in samenwerking met de AVRO, werd de Marottekapel uitbundig gehuldigd voor haar prestaties. Naast de gewone zittingen verzorgden De Marotte ook avonden in Leyenbroek en Ophoven. Ook vond weer een Keulse zitting plaats verzorgd door de Grosz KöllnerToon Hermans was naar Sittard afgereisd en bood Vorst Marot het carnavalslied 1953 aan. Daarbij ontving hij, alsmede ceremoniemeester Ad Pfennings, uit handen van Albrecht Bodde de eremuts van de Grosz Köllner. Heins Laudy werd uitgeroepen tot Prins Heins I en vorst Wil ontving een gloednieuwe ambtsketen. In zijn dankwoord verklaarde de vorst plechtig dat deze keten en de muts zouden overgaan naar zijn opvolger als zijn tijd gekomen was.

Op 3 februari besloten de Limburgse stedelijke carnavalsverenigingen alle viering af te gelasten i.v.m. de watersnoodramp van 1953. De op 4 februari geplande installatie van Heins Laudy werd zodoende afgelast en Loe Schmeits bleef nog een jaar prins. De gemeenteraad verbood, op verzoek van De Marotte, de maskerade. Carnaval 1953 (15-17 januari) verliep rustig en de Pappegey vloog niet uit. Op 18 en 19 april werd, ter compensatie van het “gemiste” carnaval een boerenbruiloft, “Broelef van Nol en Jeideldie”, georganiseerd die een klinkend succes werd.

Daarna werd het tijd om zich voor te bereiden op het bezoek aan de koninklijke familie waarvoor de Marottekapel o.a. nieuwe uniformen kreeg aangemeten.

Woensdag 2 september 1953 was het zover en togen 178 Limburgers, onder aanvoering van gouverneur mr.dr. Houben naar Soestdijk. Nadat vrijwel alle medewerkers waren opgetreden werd Prins Bernhard uitgenodigd voor de microfoon “voorwaarts mars” te commanderen waarop de Marottekapel, bielemen, prinsengarde, Raad van Elf, Vorst Marot en Prins Loe I naar binnen marcheerden en zich opstelden vóór de koninklijke familie. Het koninklijk gezelschap werd vervolgens toegesproken door Vorst Marot waarbij Prins Bernhard werd benoemd en geïnstalleerd tot Ere-commandeur van het Marotterijk. De gezelligheid kende vervolgens geen grenzen meer. Op de terugreis werd in Arnhem nog nagefeest hetgeen leidde tot de oprichting van de carnavalsvereniging De On-Ganse aldaar.

1954

Tijdens de vergadering op 25 september, ter vaststelling van het seizoen 1953/1954, werd o.a. besloten een Marottevlag aan te schaffen. Officiële seizoensopening tijdens de zitting op 11 november. Op 24 november maakte de ROZ in de Marottetempel opnamen voor een programma over Zittesje Laammaekerie. Na een jaar uitstel werd Heins Laudy op 27 januari geïnstalleerd als Prins Heins I. Inhuldiging, receptie en prinsenbal op zondag 31 januari, vier weken vóór carnaval. De inmiddels traditionele Keulse avond met de Grosz Köllner was op 4 februari in het Forum. KRO en ROZ maakten hiervan radio-opnamen. Woensadg 19 februari de eveneens traditioneel geworden AVRO-zitting in het Forum. Carnavalszondag 28 februari optocht en maandag 1 maart kinderoptocht.

1955

Seizoensopening 1954/1955 niet met een zitting maar met een muzikale rondgang door de stad gevolgd door een Marottebal. Op de eerste zitting, 11 januari, installatie van Leo Meyers tot nieuw Marottelid en ceremoniemeester. De prinsengarde verscheen in het nieuw. Aan het slot van de avond zong Toon Hermans “Oukouk”, de carnavalsschlager 1955. Op 19 januari grote Rheinische avond in het Forum. Op 6 februari werd Arno Dieteren geïnstalleerd als Prins Arno II. Heins Laudy, de aftredende prins, ontving de benoeming tot 1e lid, voorzitter, secretaris en penningmeester van de nieuw opgerichte prinsenraad waartoe alle prinsen, die geen Marot waren geworden, konden toetreden. In de daaropvolgende week werd door De Marotte een Limburgse zitting georganiseerd voor de On-Ganse te Arnhem. Zondag 13 februari intocht met receptie en prinsenbal van Prins Arno I. Woensdag 16 februari slot-/AVROzitting in het Forum. Zondagmiddag optocht, ’s maandags kinderoptocht.

1956

Ook het seizoen 1956/1957 opende met een muzikale rondgang en een Marotebal (20 november 1955). Eerste zitting op 12 januari waar werd medegedeeld dat Zef Hermans was gekozen tot Prins Carnaval van Zuid-Afrika. Hij werd door Vorst Marot benoemd tot gevolmachtigd ambassadeur van het Marotterijk aldaar. AVRO-zitting op 19 januari. Inmiddels hadden De Marotte financiële problemen m.b.t. het organiseren van de optocht. Kosten die, volgens traditie, voor rekening van De Marotte waren. In een circulaire riepen zij de steun in van “alle Zittesje kasteleins, winkeleisj, wiejere middesjtandj, organisaties, vereiniginge en partekleiere” om vóór uiterlijk 17 januari een bijdrage toe te zeggen. Een oproep die blijkbaar weinig respons tot gevolg had want op 25 januari stond in het Limburgs Dagblad te lezen dat de optocht bij gebrek aan financiële middelen niet zou doorgaan. Verbazing alom toen De Marotte een dag later tijdens de Rheinische avond in het Forum Noël Ramakers uitriepen tot Prins Noël I. Men zou immers verwachten dat als de optocht niet doorging ook geen nieuwe prins zou worden “aangeworven”. Door het bijeenbrengen van een bedrag van fl. 3400,– door de kasteleinsvereniging kon op 27 januari toch het besluit worden genomen om de optocht te laten doorgaan. De buurten konden dan echter niet rekenen op een geldelijke tegemoetkoming door De Marotte. Installatie Prins Noël I op dinsdag 31 januari. Twee dagen later hielden Marotte en Flaarisse een gezamenlijke zitting in het Roxy-theater in Geleen waarbij beide burgemeesters aanwezig waren. Een zitting die zich tot een vrolijk verbroederingsfeest ontwikkelde. Zondag 5 februari intocht, receptie en prinsenbal van Prins Noël I. Zondag 12 februari optocht, maandag kinderoptocht.

1957

In verband met de politieke ontwikkelingen in Hongarije startte het seizoen 1956/1957 pas op 12 januari met een muzikale rondgang en een zitting. Drie dagen voordien waren De Marotte te gast geweest bij de viering 75 jaar Grosz Köllner. De verwikkelingen rond de organisatie van de optocht van het jaar ervoor leidde tot een historische stap die typerend is voor de ontwikkeling van de vereniging in vooral de na-oorlogse jaren. Op 13 januari 1957 verlieten De Marotte hun oerbestaansgrond en legden de verantwoordelijkheid voor de organisatie van de carnavalsoptocht in handen van een comité waarin zitting hadden wethouder Kreijn en afgevaardigden van De Marotte, middenstandsvereniging, VVV en kasteleinsbond. Het programma van de zittingen en bals verliep zonder stagnatie. Jan Smit werd op 14 januari uitgeroepen tot Prins Jan I en een week later geïnstalleerd. Zondag 24 februari was zijn intocht, receptie en prinsenbal. De Marotte hadden het druk met het verzorgen van zittingen voor de AVRO-radio en radio Luxemburg. Eregaste van deze avond was de Jordaanse zangeres “Zwarte Riek” die pontificaal aan het station werd afgehaald. Op deze zitting namen De Marotte afscheid van Chrit Pfennings, alias professor Patchenini, de leider van de Marottekapel die naar de Verenigde Staten emigreerde. Ook de NTS maakte opnamen van deze zitting. Carnaval bracht van 3 tot 5 maart de gebruikelijke festiviteiten. Op 24 maart werd dr. Felix Rutten benoemd tot ambassadeur van het Marotterijk in Rome. Dit vanwege “zijn verdiensten voor de eer en goede naam van de stad en het Sittards dialect”. Bevrijdingsdag 5 mei brachten De Marotte een tegenbezoek aan Zwarte Riek in de Jordaan.

1958

Als voorproef op het 7×11 jarig bestaan boden De Marotte de Sittardse bejaarden van 70 jaar en ouder een rondrit door Zuid-Limburg aan. Seizoensopening op 14 november met een muzikale rondgang en een zitting. Woensdag 22 januari overleed Zef Dullens die meer dan 40 jaar lid van de vereniging en jarenlang waarnemend Vorst Marot was geweest. Groot zijn verdiensten voor het dialect; verschillende Zittesje liedjes zijn door hem geschreven.
Om de pers een betere kijk te geven op wat carnaval in werkelijkheid is, nodigden De Marotte op 30 januari een aantal binnenlandse en buitenlandse journalisten uit. Na een korte uiteenzetting over de Limburgse en in het bijzonder de Sittardse carnavalsviering werd door dr. Winand Roukens het thema “Carnaval en Carnavalsfolklore” tot op de bodem uitgediept. Diezelfde pers was ook aanwezig die avond op de proclamatiezitting waar journalist Friso Endt uit Amsterdam door drie deskundige “auw-wiever” werd gekozen tot Prins Persianus I. Door Vorst Marot werd hij vervolgens tot “Ridder in de orde van de Pappegey” geslagen. Tot Prins Carnaval werd Lei Martens uitgeroepen die op 6 februari werd geïnstalleerd als Prins Lei II en die op zondag 9 februari zijn intocht, receptie en prinsenbal beleefde. Na de slotzitting en de “vastelaovesdaag” die met de gebruikelijke feestelijkheden gepaard gingen, kon men gaan werken aan de viering van het 7 x 11 jarig bestaan.

P.s. In juli van dat jaar logeerde Z.M. Mwami Mwambutsa, koning van Urundi, een mandaatgebied in de Belgische Kongo, enige dagen in hotel De Zwaan om een bezoek te brengen aan zijn kennissen, de familie Strouken, en om Zuid-Limburg te verkennen. De Marotte lieten zich de kans niet ontgaan om met de Afrikaanse vorst kennis te maken. Op 24 juli werd hij door Vorst Marot tot “Kommandeur in de orde van de Pappegey”verheven.

1959

Burgemeester Coenders bereikte per 1 november 1958 de pensioengerechtigde leeftijd. Om hem in de gelegenheid te stellen nog tijdens zijn ambtsperiode het geschenk van de burgerij aan de jubilerende Marotte aan te bieden, werd het jubeljaar 1958/1959 reeds op 19 oktober ingezet met een feestbal in de nieuwe, op 23 april geopende, schouwburg. Hier werd een nieuwe standaard (vaandel) door de burgemeester aangeboden waarna Vorst Marot hem benoemde tot “Ere-commandeur in de orde van de Pappagey”. Dit is de hoogste onderscheiding (Prins Bernhard was deze reeds eerder ten deel gevallen) binnen het Marotterijk. De eigenlijke jubileumviering vond plaats op zaterdag en zondag 22 en 23 november 1958. Zaterdag 22 november jubileumziting met o.a. als gasten de Grosz Köllner met kapel en diverse artiesten. Tijdens deze zitting kreeg Vorst Marot een door Charles Eyck geschilderd statieportret aangeboden. Zondagmorgen plechtige hoogmis waarna een druk bezochte receptie. ’s Middags receptie voor carnavalsverenigingen waarna alle verenigingen een rondgang maakten door de stad met aansluiten het jubileumbal.

Op 11 december verzorgden De Marotte een optreden van het vermaarde Keulse Millowitschtheater. Burgemeester Dassen werd op 3 januari geïnstalleerd waarbij De Marotte een defilé van alle Sittardse verenigingen organiseerden. Het verdere verenigingsjaar werd gevuld met de voorbereidingen voor de optocht, waarvan De Marotte de leiding weer op zich genomen hadden, en de normale zittingen en bals in de Marottetempel. Een vaste bezoeker van de zittingen was een Amsterdammer die zich Johnny Jordaan liet noemen en die bijna elke zitting op het podium werd geroepen om zijn Jordaan-liederen ten gehore te brengen. Jo Knops, op 22 januari uitgeroepen tot nieuwe prins, werd op 29 januari geïnstalleerd als Prins Jo I en hield zijn intocht, receptie en prinsenbal op zondag 1 februari. Zondag 8 februari trok de jubileumoptocht. De kinderoptocht op maandag 9 februari werd in goede banen geleid door De Marotte, het huldigingscomité en enkele leden van Club Wo-Van.

Deel 9 1960-1969 Met het 8×11 in zicht

“Door de schtraote, door de schtraote
Trèk de bòntje schtorm plezeierig oetgelaote.
Vastelaovend, vastelaovend Jao dae zit òs in ‘t bloud” (1949)

1960

Met frisse moed kon worden opgestoomd naar een nieuwe jubileumperiode. Seizoen 1959/1960 werd op 22 november 1959 als gebruikelijk geopend met een muzikale rondgang met ‘s avonds een optreden van het Millowitschtheater met de comedie “Der Meisterboxer”. Aansluitend bal. Op 17 december besloot de gemeenteraad (in navolging van Maastricht) de bestaande politieverordening zodanig te wijzigen dat ook op carnavalszondag maskeren werd toegestaan en wel van 13.00-24.00 uur. Tevens werd de mogelijkheid geschapen om gedurende vier weken vóór carnavalszondag gemaskerde bals te organiseren. Eerste zitting op 14 januari. Op de vergadering van 19 januari betreffende de optocht werd besloten dat na afloop geen defilé voor de prins en zijn gevolg meer zou plaatsvinden. Prijsuitreiking zou voortaan na de kinderoptocht geschieden. Op de proclamatiezitting van 4 februari werd Zef Palmen tot Prins Zef IVuitgeroepen. Tevens deelde de vorst mee dat de Steenweg besloten had af te zien van het uitgeven van een eigen carnavalskrant, die evenwel onder de naam “Tössje Sjtaasje en Keutelbaek” dat jaar toch verscheen. Na elf jaar presenteerden De Marotte onder het motto “get angesj es angesj” in samenwerking met de Sittardse comedie op 14 februari weer een revue getiteld “Ein bontje paraplu”. Installatie Prins Zef IV op 18 februari waarna 21 februari intocht, receptie en prinsenbal volgden. ‘s Maandags was er een bijzondere zitting in de schouwburg met maar liefst negen(!) orkesten. Er werden namelijk opnamen gemaakt voor een langspeelplaat van Limburgse en Reinlandse carnavalsliederen. Woensdag slotzitting en zondag 28 februari optocht, ontvangst op het stadhuids en sleuteloverdracht. Maandag kinderoptocht georganiseerd door het huldigingscomité 7×11 jaar Marotte die prijzen beschikbaar hadden gesteld voor het mooiste wagentje, het origineelste en het meest carnavalistisch kostuum. Om het bejaardenuitstapje van twee jaar geleden te kunnen financieren waren De Marotte in december 1959 al begonnen met de organisatie van een avond waaraan de bekendste Sittardse artiesten belangeloos zouden meewerken. Bij het vaststellen van de datum bleek topattractie Toon Hermans niet te kunnen optreden. Als tegenprestatie beloofde Toon belangeloos een voorstelling te komen geven van zijn nieuwe One Man Show, hetgeen op 23 maart geschiedde. Het batig saldo werd in de kas van de “Sittardse Ontspanningsvereniging voor Bejaarden” gestort.

1961

Opening seizoen met een Marottezitting opgeluisterd door de Grosz Köllner Carnavalskapel en een optreden van het Millowitschtheater. Woensdag 25 januari werd in de Marottetempel Jan Laudy uitgeroepen en geïnstalleerd tot Prins Jan II. Tijdens deze zitting werd de verleden jaar opgenomen LP officieel aan De Marotte aangeboden. De slotzitting, met medewerking van het Sittards Mannenkoor en de Sittardse Comedie volgde al op 4 februari en werd besloten met een bal. ’s Anderendaags intocht en receptie Prins carnaval met aansluitend bal in de Marottetempel. Optocht op zondag 12 februari. De kinderoptocht was weer uitgebreider dan die van de vorige jaren en de deelnemende kinderen ontvingen allen een tractatie.

1962

Op 18 november 1961 waren De Marotte te gast op een “Feest der Zotheid” van de Oeteldonkers uit Den Bosch t.g.v. het 80-jarig bestaan.

Het eigen seizoen 1961/1962 werd geopend met een galazitting eveneens ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan, maar nu van De Marotte. Op deze zitting (in de schouwburg gehouden omdat hotel De Zwaan werd gesloten) bood Thuur Laudy zijn 111e carnavalsliedje aan. Tot stadsprins werd uitgeroepen Zef Lahaye (Prins Zef V). Zijn inhuldiging werd opgeluisterd door tal van bekende radio- en TV-artiesten zoals Ria Valk, Tobi Rix, De Wama’s, Eddy Christiani en het kwartet van Harry de Groot. Intocht Prins Carnaval op 25 februari. Zitting Leyenbroek, die rechtstreeks(!) werd uitgezonden door de AVRO op 27 februari. Daags voor de optocht werd de wagen van de buurt PPP onherstelbaar verminkt door vandalen. Toch trok de wagen mee onder de titel: “Den duuvel is hie aangewaes…!” De beste wagen en de mooiste groep werden dit jaar voor het eerst onderscheiden met een wimpel. Voor de kinderoptocht waren 12 ere-prijzen, 12 eerste-prijzen en 25 tweede-prijzen beschikbaar. Vermeldenswaardig voor 1962 is ook de oprichting van de vereniging van “Auw Prinsen” op 9 april 1962. Op 27 oktober overleed plotseling mr. J.Vencken die, evenals burgemeester Coenders, altijd een fervent voorstander was geweest van de afschaffing van de maskerade. Later heeft als voorzitter van de VVV echter veel gedaan voor het Sittards carnaval, in het bijzonder voor de optochten.

1963

Zaterdag 17 november opening seizoen 1962/1963 met een groots opgezette Marottezitting waarbij de Oud-Prinsen voor het eerst hun intocht hielden. Het Keulse Dreigestirn had voor het eerst in de geschiedenis haar rijksgrenzen overschreden om deze zitting bij te wonen. Hoogtepunt was het optreden van de Mainzer Hofsänger. Zorgen ronde de organisatie van de optocht omdat de veilinghallen niet beschikbaar waren voor het bouwen van wagens. Op 21 januari werd pas het besluit genomen de optocht te laten doorgaan. Marottezitting met uitsluitend Sittardse artiesten op 5 januari. Voor het eerst traden hier “De Vief Naaze”op, die later veel succes zouden oogsten in heel Limburg. Woensdag 27 januari moest Prins Zef Vaftreden omdat hij tegen de traditie gezondigd had door in zijn regeringsperiode te trouwen. Hub Kremer (Hub III) werd uitgeroepen tot nieuwe prins en al op 9 februari geïnstalleerd. Woensdag 13 februari verbroederingszitting Marotte / Flaarisse in de Geleense Hanenhof. De intocht van Hub III op 17 februari werd door de NTS gefilmd en uitgezonden in het journaal van 18 februari. Tijdens de receptie op het stadhuis, zondag 25 februari, ontving vorst en prins de door het kinderoptochtcomité aangeboden Mr. John Vencken-trofee als wisselprijs voor de mooiste wagen. Buurt Limbrichterstraat won de trofee voor de eerste maal. Op 6 november 1963 werd definitief het Optochtcomité opgericht. Dit comité nam de organisatorische en financiële lasten van de optocht van De Marotte over en heeft dat tot nu toe met veel succes gedaan.

1964

Opening seizoen 1963/1964 met een muzikale rondgang en een Marottebal in de schouwburg. Speciale gast: Max Tailleur. Op de zitting van 4 januari werd het Optochtcomité aan het publiek voorgesteld. Op de vergadering van 9 januari nam dit comité het besluit de optocht vooraf te laten gaan door een reclamestoet. Op de Marottezitting van 11 januari werkten uitsluitend Sittardse artiesten mee die pro deo optraden. Opbrengst t.b.v. het Reactiveringscentrum Limburg. Op deze zitting werd Wil Laudy uitgeroepen tot Prins Wil I. Een week later waren De Marotte te gast bij de viering van het 11-jarig bestaan van de On-Ganse te Arnhem. Intocht van Prins Wil I op zondag 2 februari. Tijdens de receptie deed Vorst Marot een dringende oproep het “sjlachte” in ere te herstellen. Daartoe vroeg hij caféhouders de muziek zachter te zetten als “maske’s” hun zaken binnenkwamen. Na de optocht op 9 februari waren Leo Horn en Charles Eyck ere-gasten bij de sleuteloverdracht op het stadhuis. Maandag kinderoptocht en uitreiking van de prijzen van de grote optocht.

1965

Seizoen 1964/1965 startte met een Marottebal op 16 november. Twee dagen eerder hadden De Marotte te Zutphen luister bijgezet aan de viering van het eerste lustrum van de plaatselijke carnavalsvereniging De Poorters. Zondag 17 januari vond de eerste Marottezitting plaats waarop Vorst Marot de Grootmeesterorde van de Limburgse Kangaroos uit Melbourn kreeg overhandigd. Daags erna riep het gemeentebestuur alle buurten en buitenwijken, het optochtcomité en alle verenigingen betrokken bij de organisatie van de optocht bijeen. Burgemeester Dassen deed een dringende oproep om samen, ook de buitenwijken, mee te werken aan de grote optocht van Sittard en niet zelf “iets” te organiseren. Deze opzet slaagde volkomen. Voorts maakte het optochtcomité bekend dat het wimpels zou uitbrengen ter financiële ondersteuning van de optocht. Op de vergadering van 29 januari maakte datzelfde comité bekend dat de kinderoptocht in het vervolg gelijktijdig zou plaatsvinden met de intocht van de prins. De bedoeling was om op die manier de maandag vrij te maken voor het “sjlachte”, een opzet die, zou later blijken, niet is geslaagd. Zaterdag 6 februari proclamatiezitting bijgewoond door de Grosz Köllner en de On-Ganse. Tot nieuwe prins werd uitgeroepen Harie Bronneberg (Harie II). Een week later stuntte Vorst Marot door tijdens de finale van het nationale songfestival ten aanschouwe van TV-kijkend Nederland uit de anonimiteit van de jury te stappen en winnares Conny van den Bosch te decoreren met de jaarlijkse Marotte-orde, presentatrice Teddy Scholten met de Marottespeld en het Nederlandse volk met gratis vrijkaarten voor de optocht te “verrassen”!!! De dagen erna werden De Marotte uit het hele land overstelpt met verzoeken voor vrijkaarten en Marottespeldjes; speldjes verzamelen was toen een rage. Installatie Prins Harie II op 18 februari. Zijn intocht werd voor het eerst voorafgegaan door de kinderoptocht. De NTS maakte opnamen van de feestelijkheden die in “Van gewest tot gewest” van 25 februari werden uitgezonden. Dinsdag was de slotzitting en zondag 28 februari luidde de carnavalsoptocht de drie dolle dagen in.

1966

Op 11 november opening seizoen 1965/1966 met een rondgang door de stad. De Marotte hadden het erg druk met de organisatie van de gala-avond van de samenwerkende Limburgse carnavalsverenigingen op 20 november. Dr. Gabriél Beckers uit Beek zou dan de orde van de Gulden Humor ontvangen. Bij deze gelegenheid was de Marottekapel in nieuwe uniformen gestoken en droegen De Marotte nieuwe mutsen. Aanwezig was een deputatie van de Grosz Kölner met hun Oberbürgemeister. Op 11 februari verzorgden De Marotte een zitting in het ziekenhuis, een initiatief dat uitgroeide tot een jaarlijkse activiteit. Eerste zitting op 8 januari waarna zij op 15 januari de Grosz Köllner bezochten en de 17e de Rogstaekers uit Weert. Dinsdag 22 januari werd Wim Claessen uitgeroepen tot Prins Wil II. Een even grote verrassing als de proclamatie was het optreden van Juubel Schings die daags tevoren het Limburgs Buuttekampioenschap had veroverd. Op 29 en 30 januari woonden De Marotte een internationaal carnavalstreffen bij in het Belgische Blankenbergen. Prins Wil II werd 10 februari in de grote zaal van de schouwburg ingehuldigd vanwege de grote toeloop en deed met de kinderoptocht op zondag 13 februari zijn plechtige intocht in de stad. Zondag 20 februari optocht waarna na afloop de machtsoverdracht nog plaatsvond op het oude stadhuis, ondanks het feit dat men met de sloop ervan reeds was begonnen.

1967

Opening seizoen 1966/1967 op 11 november met een muzikale rondgang door Marotte met Prins en bielemen, optochtcomité, club Wo-Van en Marottekapel. Op 19 november werd weer eens een “Rheinische” avond georganiseerd waarop burgemeester Dassen bekend maakte dat Vorst Marot Wil Heuts de zilveren legpenning van de gemeente Sittard zou ontvangen. Rond de optochtfinanciën deden zich andermaal problemen voor die echter tijdig konden worden opgelost. Eerste zitting op7 januari waarna op de zitting van 14 januari Sjra van Kempen werd uitgeroepen tot Prins Sjra I. Daags erna, 15/1 brachte de Grosz Köllner opnieuw een bezoek aan Sittard en zondag 22 januari verzorgden De Marotte een carnavalsavond voor CV De Peeënstekers te Dongen. Prins Sjra I werd donderdag 26 januari geïnstalleerd en hield 29 januari zijn intocht. Bij het ontbreken van het stadhuisbordes vond de sinaasappelregen na afloop van de kinderoptocht voor de eerste keer plaats vanaf het balkon van de firma Eyckenboom. Een week later trok de carnavalsoptocht. Voor het eerst ontving iedere deelnemende wagen, groep en enkeling een herinneringsvaantje.

1968

Het seizoen 1967/1968 werd ingeschoten met een bonte avond in samenwerking met het huldigingscomité Sittards mannenkoor. Het jaarlijks optreden in het ziekenhuis kreeg een bijzonder tintje daar Vorst marot, die een week eerder was opgenomen, vanuit zijn bed de scepter zwaaide. De “Wieze Raod” nam 16 januari het besluit Toon Hermans te benoemen tot “Erekommandeur in de orde van de Pappegey”. Zondag 21 januari om 01.00 uur overleed Vorst Marot Wil Heuts. Het bericht van zijn dood bracht grote verslagenheid in de stad. Het Marottebal, dat ’s avonds zou plaatsvinden, werd afgelast evenals de andere festiviteiten tot zaterdag 10 februari. Onder grote belangstelling uit binnen- en buitenland werd de vorst donderdag 25 januari ter aarde besteld. Zaterdag 27 januari vond in de schouwburg een herdenkingsplechtigheid plaats. De Raad van Elf benoemde hem postuum tot Grootvorst. Door Wil Heuts waren De Marotte verrijkt met vele vriendschapsbanden in binnen- en buitenland. Hij werd “de Ambassadeur van Sittard” genoemd. Zaterdag 10 februari hervatten De Marotte hun activiteiten en werd Chris Maas dezelfde avond uitgeroepen en geïnstalleerd tot Prins Chris I. De prins verrichtte de volgende dag de aftrap in de wedstrijd Sittardia-Ajax, waarvoor hij de bal had geschonken. Zondag 18 februari intocht en 25 februari optocht.

1969

Viering 8×11 bestaan op 12 januari 1969, feitelijk een jaar te vroeg. Seizoen 1968/1969 werd dus tot jubeljaar gebombardeerd. Op de openingszitting van 9 november werd vice-vorst Lambert Claessen geïnstalleerd tot Vorst Marot. Jubileumviering begon met kranslegging op de graven van de overleden vorsten en een plechtige dankdienst in de Grote Kerk. Na ontbijt ontvangst door gemeentebestuur. Burgemeester Dassen werd daar benoemd tot “Erecommandeur in de orde van de Pappegey” en vorst Lambaer I, Leo Meyers, Eduard Roeters en Jac. Van Gansewinkel ontvingen de gouden Marottemuts, een nieuwe onderscheiding. Receptie ’s middags. Zaterdag 18 januari 1969 werd Jules Lejeune tot Prins Jules I uitgeroepen en geïnstalleerd. Zondag 9 februari intocht en opening tentoonstelling 8×11 jaar Marotte Sittard. Zware sneeuwval op 16 februari belette de jubileumoptocht uit te trekken. Wel machtsoverdracht in de raadszaal bij welke gelegenheid het gemeentebestuur de zilveren legpenning van de gemeente Sittard aanbood aan Vorst Marot Lambaer Claessen. Zaterdag(!) 22 februari trok de jubileumoptocht. De winkels waren ’s middags gesloten en maskerade was toegestaan tot zondagmorgen 02.00 uur, zodat de bonte storm naar hartelust kon razen.

Deel 10 1970-1980 In sneltreinvaart naar het 9 x 11

“In Zitterd drink zich jederein ei glaeske beier,
Hoerae, maske, Marotte maak noe plezeier. Alaaf oos Zittesj landj,
Dao zink me allemaol handj in hanjd.”(1974)

1970

Seizoen 1969/1970. Installatie Prins Sjuul II (Jules Hendriks) op zaterdag 17 januari 1970. Vanaf dit jaar zou de Raad van Elf worden bijgestaan door een Senaat waarin voorlopig zitting namen: burgemeester Dassen, gemeentesecretaris K. Hendriks, wethouder B. Durlinger, drs. J. Brouwers, L. Beursgens en A. Pfennings. Carnavalsdagen van 8-10 februarie.

1971

Op 8 november 1970 waren De Marotte eregast bij het gouden jubileum van amateurvoetbalclub D.C.G. te Amsterdam. Op het podium werd vorst Marot onwel en moest met spoed worden opgenomen in het Laurentiusziekenhuis aldaar. Eind december(!) werd hij hieruit pas ontslagen. Gedurende twee jaar kon hij zijn taak niet waarnemen. Proclamatiezitting op zaterdag 16 januari 1971 waar Roel Turlings werd uitgeroepen tot Prins Roel I. Voor het eerst mocht het publiek de schlager van het jaar kiezen, het werd “Alaaf, alaaf De Marotte” van Ron Kösters. Tentoonstelling “Vastelaovend in ‘t Zittesj Landj” van 11 tot 20 februari en geopend door vice-vorst Leo Meyers. Carnaval van 21-23 februari.

1972

In het seizoen 1971/1972 kreeg het idee van Marottesenaat zijn definitieve vormgeving en werd door Vorst Marot geïnstalleerd tijdens de proclamatiezitting op 8 januari 1972 waar Jos Laumen werd uitgeroepen tot Prins Zef VI. De voorzitter van de Senaat (F. Heuts) bood Vorst Marot een nieuwe, door Tjeu de Wever vervaardigde, scepter aan. Voorafgaand aan de optocht was er om 12.00 uur een Majoretteshow op de markt. Een gebruik dat een aantal jaren bleef gehandhaafd.

1973

Tijdens het seizoen 1972/1973 werd op 23 februari 1972 opnieuw een carnavalstentoonstelling ingericht die tot 03 maart 1973 zou duren. Vorst Marot Lambaer Claessen maakte bekend dat hij om gezondheidsredenen na de carnavalsdagen zijn functie zou neerleggen. Carnavalsmaandag 5 maart 1973 namen De Marotte met twee praalwagens deel aan de jubileumoptocht “150 Jahr Rosenmontagszug” te Keulen. Prins Carnaval was Joep Laudy. Hij werd benoemd tot Joep VII. Vrijdag 23 maart nam Vorst Lambaer I officieel afscheid van De Marotte waarbij hij werd geïnstalleerd tot grootvorst.

1974

Tijdens de openingszitting van het seizoen 1973/1974 op zaterdag 10 november 1973 installeerde grootvorst Lambaer Leo Meyers tot Vorst Marot. Carnavalsmaandag 25 februari vond op initiatief van het optochtcomité het eerste “Tröötekonkoer” plaats. Prins Carnaval 1974 was Marcel Muyres jr. (Marcel I). De Mander stelde een nieuwe traditie in door carnavalsdinsdag om middernacht in de Kollenberg “het maske” te begraven. Leo Meyers zou met Ad Pfennings de senaat hebben opgericht.

1975

Het optochtcomité dat in het seizoen 1974/1975 op 11 november haar elf-jarig bestaan herdacht, was inmiddels begonnen met de bouw van een optochthal. Tijdens de jubileumreceptie kreeg men daarvoor ruim fl. 40.000,- aangeboden. Een loterij bracht nog eens fl. 30.000,- op. In de hal, met een afmeting van 22 x 35 meter, konden 12 praalwagens worden gebouwd. Totale kosten bedroegen zo’n fl. 75.000,-. Zondag 9 februari nam Jan Janssen als Prins Jan III de sleutels van de stad over.

1976

In het seizoen 1975/1976 werd Frank Lokin uitgeroepen en geïnstalleerd tot Prins Frank I. Carnaval van 29 februari tot en met 2 maart.

1977

In het seizoen 1976/1977 werd van 20-22 februari carnaval gevierd onder de regering van Prins Wim I (Wim Gijsen).

1978

De carnaval tijdens het seizoen 1977/1978 viel vroeg en wel van 5-7 februari. Prins Jan IV (Jan Dieteren) zwaaide de scepter. Maandag 19 juni 1978 overleed Grootvorst Lambaer Claessen. Bij zijn uitvaartdienst in de Grote Kerk was geen enkele plaats onbezet.

1979

Tijdens het seizoen 1978/1979 traden in 1979 de oud-prinsen Jan Janssen en Jan Dieteren toe tot de Raad van Elf. Tot nieuwe prins werd benoemd en ingehuldige Chris Nohlmans (Prins Chris II). Kinderoptocht (in sneeuw en felle kou) op zondag 18.2 . Carnaval van 25-27 februari. Zaterdag vóór halfvasten herdacht de Marottekapel haar 30-jarig bestaan.

1980

Het seizoen 1979/1980 stond al in het teken van het komende 9×11-jarig jubileum. Tijdens de openingszitting op zaterdag 10 november beleefden De Marotte de première van hun eigen dansgroep, bestaande uit 7 dansmariekes en een dansmajoor. Uitroeping van de prins was spannend omdat onder zijn bewind de jubileumviering zou plaatsvinden. Jo Laumen was de uitverkorene: Prins Jo II. Op de slotzitting van 9 februari werd Fernao Schmeitz geïnstalleerd tot vice-vorst met recht van opvolging. Aan de deelnemers van de kinderoptocht werd geen snoepgoed meer uitgedeeld maar een plastic-copie van de jaarlijkse Marotte-orde. In de week vóór carnaval 1980 bereikte de Pappegey zijn 99e jaargang. In het jubeljaar kan de Pappegey dus haar eeuwfeest vieren. Carnaval 17-19 februari. Dansmarieke Diana Nieling van de dansgroep Marotte behaalt zondag 3 maart te Aken het Europees kampioenschap. Na een langdurige ziekte overleed op 19 juni Jac.Van Gansewinkel, meer dan 30 jaar protocollis van De Marotte en verder redacteur van de Pappegey, secretaris S.L.C. en secretaris van het optochtcomité. Zijn taak als protocollis werd overgenomen door Chris Maas.

Thans telt carnavalsminnend Sittard de dagen af die het nog scheiden van de feestweek die op 21 november zal worden ingeluid ter viering van het 9×11-jarig jubileum van De Marotte.

Deel 11 1980-1992 Op weg naar het 111-jarig bestaansfeest

“Hauwt hoog oos sjoon Marottekleure
Wie noe al 9 x 11 jaor is gedaon
Dao kan nog van al gebeure
Mer ooze vastelaovend blif ummer besjtaon. (Hub IV)

1980/1981

Deze verslaglegging is iets langer vanwege het jubeljaar 9 x 11 Nu eerst het verslag van de feestweek.

Zaterdag 15 november uitreiking eerste exemplaar “Vastelaovend in Zitterd door de jaore haer” (Een uitgave van het huldigingscomité 9 x 11 jaor Marotte) aan burgemeester Tonnaer(de nieuwe ere-commandeur).Donderdag 20 november opening tentoonstelling “IX maol XI jaor Marotte Zitterd” .Vrijdag 21november Gala-zitting voor 1500(!!) bezoekers in de stadssporthal. Zaterdag 22.november stadsboemel met de verenigingen van de SLC, Arnhem, Keulen, Menden en Linz. Zondag 23 november kranslegging en plechtige hoogmis, waarna receptie. Tijdens de receptie ontvingen De Marotte van het gemeentebestuur de zilveren legpenning van de stad Sittard. Maandag 24 november muzikale “Blauwe Maandag”. Dinsdag 25 november popconcert. Woensdag 26 november gekostumeerde kinderzitting en pronkzitting voor de bejaarden. Donderdag 27 november “Auwerwètse Zittesjen Aovend” met reünie voor Oud-Marottinnekes. Tevens benoeming van Ad Pfennings tot ere-commandeur van De Marotte. Vrijdag 28 november internationaal “Blaoskapelle Konkoer”. Zaterdag 29 november uitreiking Orde van de Gulden Humor aan dr. Alphons (Funs) Winters. Zondag 30 november vaataafdrènke en einde van een EINMAHLIG feest.

Seizoen 1980/1981 werd voor De Marotte een druk, maar vooral bewogen seizoen waarin zich een uniek feit voordeed: gaande de festiviteiten volgde de ene prins de andere op. Op 31 januari nam Hub Hamers (Hub IV) de scepter over van Jo II. Tijdens die zitting ook presentatie van een nieuw fenomeen: de Marottegarde. Leo Meyers maakt bekend dat hij na de officiele carnavalsdagen aftreed als Vorst Marot. Tijdens een buitengewone zitting op 27 maart werd hij door vice-vorst Fernao Schmeits geïnstalleerd tot grootvorst. Op voorspraak van De Marotte ontving hij de zilveren legpenning van de stad Sittard. Voor de eerste keer werd de Wil HeutsWisseltrofee uitgereikt en wel aan de buurt PPP. Ad Pfennings ontvangt van Hasseltse Koekerellen een hoge onderscheiding: de Orde van de Humor zonder Grenzen.

In het jubeljaar waren vier opvoeringen van de revue: “Dao woo ich gebaore bèn”.

1981/1982

Al zeen de veuroetzichte neit zo vöölbelaovend,
Toch hauwte veer vas aan ooze eewenauwe vastelaovend.
Blif mitdoo! Haok neit aaf!
Veur Zitterd en ziene vastelaovend alaaf! (Franco I)

Installatie Fernao Schmeits tot Vorst Marot Fernao I op 7.11 . Werd de daag erna door zijn familie benoemd tot “Ridder van ‘t Gouwe Kauf” (euver sjlachte gesjpraoke!). Franco Kamps uitgeroepen tot Prins Franco I. Weekeinde van 23 en 24 januari 3 x 11 viering Marottekapel.

Marotte Senaat viert haar 11-jarig jubileum. Op 5 april overlijdt op 59-jarige leeftijd kunstenaar Frans Faut een gewaardeerd wagenbouwer die op dit gebied veel baanbrekend werk heeft verricht.

1982/1983

Al is in de welt nog zo vööl te doon
Nurges is de vastelaovend toch zo sjoon
Zittesje sjpas en laammaekerie
Dat maak ei maske eesj richtig blie! (Jan V)

Op 8 januari vond in het Serviam Lyceum (wegens verbouwing van het Cultureel Centrum) de uitroeping plaats van Jan de Wever tot Prins Jan V. Installatie op 22.1. Marot Jeun Schelberg slaagde voor de titel “dokterandus”aan de Narrenuniversiteit Limburg.

1983/1984

Zitterd, blief zènge en sjprènge
Blief uch òngerein versjtaon
Laot de sjpas en lol uch saame brènge
Zodat de vastelaovend noots neit zal vergaon (Carl I)

Première van revue “’t Zittesj Prèntebouk” op 11.11. Bij gelegenheid hiervan ontvangt Jules Paques de orde van de Zilveren Buut van de SLC. Carl Maas wordt op de zitting van 14 januari uitgeroepen tot Prins Carl I en op 4 februari geïnstalleerd. Vorst Marot ontvangt uit handen van ex-prins en goudsmid Jan de Wever een fraaie door Jan gesmede zilveren ambtsketen. Van de senaat ontvangt hij een cape (de eerste in de na-oorlogse periode). In de kinderoptocht werden opvallend veel stripfiguren en TV-series uitgebeeld. Tröötekonkoer werd voor de 11e keer gehouden.

1984/1985

Tradisies zulle laeve, es Zitterd zich blif gaeve
Waat dáuwere òs koosjte lere, hauwte veer toch in eere
Daorom zèG ich: laot gaon, laot gaon
Dan blif de vastelaovend in Zitterd ummer besjtaon. (Ron I)

Eerste officiele zitting in het nieuwe seizoen waarop de nieuwe prins Ron Hermans werd uitgeroepen. Afkomstig uit een prinselijk geslacht (grootvader Harie en oud-oom waren prins in respectievelijk 1927 en 1930) werd hij op 19 januari geïnstalleerd tot Prins Ron I. Op 24 januari werd in café ’t Dortvaat een tentoonstelling van buurt Rijksweg Noord geopend met tal van foto’s (261 vanaf 1922), werktekeningen, maquettes, wimpels etc. Door het optochtcomité werd gevraagd de kinderoptocht kinderoptocht te laten blijven. Volwassenen alleen maar als begeleiders. Een oproep die succes had. Verslaggevers doen voor de eerste keer kond van de optocht. Buurt Kollenberg viert 1 x 11. ’t Hermenieke 2 x 11-jarig jubileum.

1985/1986

Vergaet alle versjille in rang en sjtandj
Gaef uch mit dees daag alleney de handj
Viert saame vastelaovend ònger ein parapluuj
Went dit is ei fees veur alle luuj
Es veer ’t op dees meneier saame gaon doon
Jao, dan wurt de vastelaovend pas ech wònjersjoon. (Robaer I)

Een motto dat de waarheid goed weergeeft. Het is namelijk een vast gegeven dat De Marotte door de jaren heen blijk gaven van hun verbondenheid met alle ingezetenen van de stad. Seizoensouverture op 15 november met een gala-zitting in de schouwburg b.g.v. het 2 x 11-jarig bestaansfeest van het optochtcomité. Robert Claessens wordt uitgeroepen tot Prins Robaer I. Installatiezitting op 18 januari en 10 februari intocht. Carnavalsdinsdag was een NOS-team present. Voor het jeugdjournaal werd een reportage gemaakt van het traditionele “appelsiene sjmiete”.

1986/1987

Waat veer es Zittesje mechelkes en sjnaake mit kapelkes en waageboewesj paraat maake,
Dat maak ooze vastelaovend zo wonjersjoon, want daomit sjpint Zitterd nog ummer de kroon,
Daorom blif mitdoon, al kos ’t vööl tied, van eure inzat krig geer noots geine sjpiet
Dan zal, waat d’r ouch maag gebeure, ’t Rood Gael Gruin noots verkleure
Saame roup veer drie maol Zitterd Alaaf
Ouch dit jaor sjeite veer mit vastelaovend de vogel weier aaf. (Bert I)

Na een driejarige onderbreking weer een revue: “De kòmpelemènte oet Zitterd” die met maar liefst zes uitvoeringen een record aantal (5000) bezoekers trok. Tot Prins Carnaval werd uitgeroepen de in Munstergeleen woonachtige, maar “richtige Zittesje Laammaeker” Bert Schurgers. Zijn installatie tot Bert I vond plaats op 31 januari en op 22 februari hield hij zijn glorieuze intocht in het Marotterijk.

1987/1988

Es veer dan saame zènge dao kump de vaan…weier aan
Jao dan,Marottinnekes en Marotte, gaon ich mit uch èns richtig d’raan
Want ooze vastelaovend is zolang dae al besjteit
De allersjoonste tradiese die nootsj vergeit. (Roel II)

Op 9 januari, tijdens de eerste zitting werd Roel Cobben uitgeroepen als nieuwe heerser over het Marotterijk. De installatie van Ziene Hoogheid Prins Roel II vond plaats op zaterdag 23 januari en 7 februari volgde de intocht.

1988/1989

Gistere moos ’t nog beginne, vandaag zeen veer ’t al aan ’t belaeve
Mörge is ’t aafgeloupe: doot uch daorom nog èns richtig gaeve
’t Is mer kort dus doot ’t kreftig. Vastelaovend ein fees veur alle luu
Sjpas en lol, dat is prechtig ònger ein vastelaovesperrepluu. (Peet I)

Dit seizoen vond het “waageboewe” voor de eerste keer plaats in de gloednieuwe optochthal die op 11 november feestelijk werd geopend. Marot Eduard Roeters ontvangt de zilveren eremedaille verbonden aan de orde van Oranje Nassau. Op de zitting van 7 januari werd Peet van Erp uitgeroepen tot prins. Als Prins Peet I zou hij gaan regeren (installatiezitting op 21 januari). Intocht op 29 januari en de grote optocht op 5 februari. De optocht van 1989 ging de geschiedenis in als “de optoch mit de meiste kiekesj” want de NOS bracht ’t Marotteriek in al zijn glorie en traditie in een rechtstreekse uitzending op het beeldscherm. op het beeldscherm.

1989/1990

Alaaf de daag van teun en ammezaase, den hoogste tied de kòkkeral te sjlaon
De vastelaovend kènt gaaroet gein allegaase, wae van Zitters is wit dao fien mit òm te gaon
Mer ’t is goud òm aeve saame te rappeleiere aan waat oos veurgengesj òs höbbe biegebrach
Want eesj dan zal oos sjoon Marotteriek floreiere es ’t op zie Zittesj geit en auwerwèts wurt gesjlach
In dae geis wil ich gaer van uch zeen: Zitterd waerdig
Doot estebleif zoo mit: ich bèn zoo wiet, ich sjtaon veur uch vaerdig! (Richard I)

Opening seizoen in november met zes uitvoeringen van de revue “Zittesje sjprègitse”. Tot Prins Carnaval werd op de “Oetruipingszitting” van 13 januari het lid van het convent van Neit Prinse, Richard Schmeits, de zoon van vorst Fernao, uitgeroepen. Een unicum in de meer dan honderjarige geschiedenis van De Marotte. De installatie van Richard I vond plaats op 3 februari en de intocht + kinderoptocht, waarin voor het eerst een kindvriendelijke reclamestoet(!) werd toegelaten op 18 februari. De “drie gekke daag”waren als vanouds met de aantekening dat het Tröötekònkoer door de aanhoudende regen en storm moest worden afgelast.

1990/1991

Woo me geit of woo me sjteit, ’t is en blif ein kleinigheid
Angere ’t zoo te laote belaeve dat me zich gout vuilt in dit laeve
Saame gemuutelik ònger ein perpluu, dat is mien leivelingsmenu
Alaaf De Marotte, Alaaf Zitterd, lang laeve alle luu! (Sjuul IV)

De seizoensouverture beleefden De Marotte en enkele honderden carnavalisten met de installatie van Koos Simons tot Marottelid tijdens een gezellig samenzijn op 10 november in ’t Guliks Hoes. Op de eerste zitting, 5 januari, werd Jules Schalkx uitgeroepen tot Prins Carnaval. Hij zou evenwel niet de kans krijgen. Immers, na de installatie op 19 januari en nog een handvol officiële plichtplegingen was zijn droom over. De Golfoorlog had burgemeesters en andere (carnavals)-gezagsdragers doen besluiten dat vastelaovend niet mocht doorgaan. Door enkele rasechte Sittardenaren en “richtige vastelaovesgekke” werd echter een geïmproviseerde mini-optocht “ineingesjteveld” die vanaf het Kerkplein naar de Markt trok waar Vorst Marot en De Marotte, het Optochtcomitè en Prins Sjuul met zijn ouders verschenen om de auwerwètse nonnevotteraege te laten plaatsvinden. De volgende dagen zouden eveneens een vrolijk karakter dragen al moesten enkele andere officiële activiteiten eveneens worden afgelast door De Marotte. Zo vond er op maandag een aangepast Tröötekònkoer plaats (hermeniekes zorgden in de cafè’s en zalen in de binnenstad voor carnavalsstemming waarna men later gezamenlijk naar zaal Laumen trok) en werd op zondag vóór carnaval voor de kinderen een Zittesje Kènjer-vastelaovesmiddig georganiseerd. Zo’n 2000 kinderen waren present ontvingen later toch de gebruikelijke Marottemedaille. Donderdag 24 januari kwam een cameraploeg van de NOS naar de optochthal om de stemming aldaar te peilen. Diezelfde middag werden in de optochthal tv-opnames gemaakt voor het satirisch programma het Torentje. De sprekende toekan Sir Geoffry discusieerde op de prinsenwagen met Prins Sjuul IV. Voor Sjuul kwam nog vóór het verstrijken van de vastelaovend het zeer gunstige bericht dat hij ook het volgende seizoen zou mogen regeren. Vorst Marot herdacht in die dagen zijn 2 x 11-jarig lidmaatschap van het Optochtcomitè.

1991/1992

Woo me geit of woo me ouch sjteit, ’t is en blif ein kleinigheid
Angere ’t zoo te laote belaeve dat me zich gout vuilt in dit laeve
Saame gemuutelik ònger ein perpluu, dat is mien leivelingsmenuu
Alaaf De Marotte, Alaaf Zitterd, lang laeve alle luu! (Sjuul IV)

Seizoensopening op 9 november met een muzikale rondgang. Openingszitting op 11 november. Een nieuwe dimensie aan het carnavalsfirmament was ongetwijfeld de Marotte Soiree met André (Rieu) die op 17 november plaatsvond in de schouwburg. Eveneens nieuw voor De Marotte was de organisatie van de finale van de “Buutekampioensjappe 1992” omdat plaatsgenoot Hein Coenen het jaar ervoor met de hoogste eer was gaan strijken. Vorst Marot hoefde uiteraard geen nieuwe prins te zoeken omdat Sjuul IV, de prins van afgelopen jaar, tijdens de eerste zitting op 1 februari liet weten dat “ ’t volk van Zitterd ’t nóg ein jaor mit hööm zou mòtte doon en dat hae vas van plan waar èns richtig aan ‘m te gaon”. Op 23 januari intocht en kinderoptocht en 1 maart grote optocht die van grote klasse was en die nog meer reliëf kreeg door het werkelijk schitterende voorjaarsweer. “Die van Zitterd kriege ’t waer dat ze verdeine” aldus menige Laammaeker. Een betere afsluiting van het seizoen op weg naar het 111-jarig bestaan konden De Marotte zich niet wensen.